6.10.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 351/11
Beroep ingesteld op 15 juli 2014 — Sotiropoulou e.a./Raad
(Zaak T-531/14)
2014/C 351/13
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partijen: Leimonia Sotiropoulou (Patrasso, Griekenland) en 63 andere verzoekers (vertegenwoordiger: K. Chrisogonos, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
De verzoekende partijen verzoeken het Gerecht:
—
verweerder te veroordelen tot vergoeding van het financieel verlies dat door verzoekers is geleden in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 mei 2014 door de onrechtmatige verlaging van hun voornaamste pensioenuitkering bij de hieronder aangehaalde besluiten van de Raad van de Europese Unie voor een bedrag van in totaal 8 70 504,11 EUR;
—
verweerder te veroordelen elk van de verzoekers een bedrag van 3 000,00 EUR te betalen als vergoeding voor de immateriële schade geleden door de onrechtmatige verlaging van hun voornaamste pensioenuitkering bij de hieronder aangehaalde besluiten van de Raad van de Europese Unie;
—
verweerder te verwijzen in de kosten van verzoekers.
Middelen en voornaamste argumenten
Het beroep behelst een verzoek om vergoeding in de zin van artikel 268 VWEU van de schade die verzoekers is toegebracht door de drastische verlaging van hun voornaamste pensioenuitkering door de tenuitvoerlegging van de maatregelen en interventies in het Griekse pensioenstelsel in de besluiten van de Raad van de Europese Unie 2010/320/EU van 8 juni 2010 (1), 2010/486/EU van 7 september 2010 (2), 2011/57/EU van 20 december 2010 (3), 2011/257/EU van 7 maart 2011 (4), 2011/734/EU van 12 juli 2011 (5), 2011/791/EU van 8 november 2011 (6), 2012/211/EU van 13 maart 2012 (7) en 2013/6/EU van 4 december 2012 (8), die volgens verzoekers onrechtmatig zijn.
Ter ondersteuning van zijn beroep voeren verzoekers twee middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van het beginsel van bevoegdheidstoedeling en het subsidiariteitsbeginsel
—
Verzoekers stellen dat de Raad door de vaststelling van de bestreden besluiten van de Raad van de Europese Unie, inzake met name de vaststelling van gedetailleerde maatregelen, beleid en interventies op het gebied van de sociale zekerheid en het pensioenstelsel, de bevoegdheden heeft overschreden die hem door het Verdrag zijn toegekend en het beginsel van bevoegdheidstoedeling en het subsidiariteitsbeginsel, als bedoeld in de artikelen 4 VWEU en 5 VWEU, gelezen in samenhang met de artikelen 2 VWEU tot en met 6 VWEU, heeft geschonden. Bij de besluiten in de zin van de artikelen 126, lid 9, VWEU en 136 VWEU, die tot Griekenland zijn gericht, kan de Raad van de Europese Unie niet in detail het beleid van Griekenland in de bovengenoemde sectoren vaststellen. Deze vallen namelijk onder de uitsluitende verantwoordelijkheid van Griekenland als lidstaat van de Europese Unie. Deze besluiten en hun inhoud zijn derhalve onrechtmatig en scheppen niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Unie om verzoekers de bij die besluiten, door de verlaging van hun pensioenen, ontstane schade te vergoeden.
2.
Tweede middel: schending van de grondrechten in de artikelen 1, 25 en 34 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie
—
Verzoekers stellen dat bij de bovengenoemde besluiten van de Raad van de Europese Unie maatregelen betreffende het pensioenstelsel zijn opgelegd waardoor de economische situatie van verzoekers radicaal gewijzigd is en die hebben geleid tot een omkering van de situaties waarop zij hadden vertrouwd. De drastische besnoeiingen en verlagingen van de pensioenen opgelegd door de maatregelen in deze besluiten van de Raad van de Europese Unie hebben een radicale beperking van de verzekeringsdekking en een snelle verslechtering van de levensstandaard van gepensioneerden (onder wie verzoekers) meegebracht. Door de verlaging van de pensioenen is hun het merendeel van de inkomsten waarover zij voorheen beschikten, ontnomen. De vaststelling en de toepassing van de verlagingen vormen een rechtstreekse schending van de menselijke waardigheid van verzoekers, van het recht een waardig en zelfstandig leven te leiden voor ouderen en van het recht op toegang tot socialezekerheidsvoorzieningen en sociale diensten die bescherming bieden in omstandigheden zoals ouderdom, rechten die zijn neergelegd in de artikelen 1, 25 en 34 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Daardoor zijn deze besluiten onrechtmatig en ontstaat niet-contractuele aansprakelijkheid van de Europese Unie om verzoekers de bij die besluiten, door de verlaging van hun pensioenen, ontstane schade te vergoeden.
(1) Besluit 2010/320/EU van de Raad van 8 juni 2010 gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 145, blz. 6).
(2) Besluit 2010/486/EU van de Raad van 7 september 2010 tot wijziging van besluit 2010/320/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 241, blz. 12).
(3) Besluit 2011/57/EU van de Raad van 20 december 2010 houdende wijziging van besluit 2010/320/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 26, blz. 15).
(4) Besluit 2011/257/EU van de Raad van 7 maart 2011 houdende wijziging van besluit 2010/320/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 110, blz. 26).
(5) Besluit 2011/734/EU van de Raad van 12 juli 2011 gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (herschikking) (PB L 296, blz. 38).
(6) Besluit 2011/791/EU van de Raad van 8 november 2011 tot wijziging van besluit 2011/734/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 320, blz. 28).
(7) Besluit 2012/211/EU van de Raad van 13 maart 2012 tot wijziging van besluit 2011/734/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 113, blz. 8).
(8) Besluit 2013/6/EU van de Raad van 4 november 2012 tot wijziging van besluit 2011/734/EU gericht tot Griekenland met het oog op de versterking en verdieping van het begrotingstoezicht en tot aanmaning van Griekenland om maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die nodig wordt geacht om de buitensporigtekortsituatie te verhelpen (PB L 4, blz. 40).
Full & Egal Universal Law Academy