15.9.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 315/70
Beroep ingesteld op 4 augustus 2014 — Aduanas y Servicios Fornesa/Commissie
(Zaak T-580/14)
2014/C 315/115
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Aduanas y Servicios Fornesa, SL (Lleida, Spanje) (vertegenwoordiger: I. Toda Jiménez, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de bestreden beschikking nietig verklaren;
—
erkennen en vaststellen dat verzoekster recht heeft op kwijtschelding van de douanerechten die zij moet betalen krachtens het schikkingsakkoord van de regionale dienst voor douane en accijnzen van de bijzondere afdeling van Catalonië van 27 juni 2011 uit hoofde van het gemeenschappelijk buitentarief voor de boekjaren 2006, 2007 en 2008 ten bedrage van 2 4 53 003,38 EUR, en
—
verzoekster verwijzen in de kosten van het onderhavige beroep tot nietigverklaring.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekster in de onderhavige zaak vordert nietigverklaring van de beschikking van de Commissie van 15 april 2014 in zaak REM 02/2012, waarbij haar kwijtschelding is geweigerd van douanerechten op de invoer van „suikerstroop, gearomatiseerd of met toegevoegde kleurstoffen” die oorspronkelijk was aangegeven als zijnde verwerkt in Andorra, waarbij zij betrokken was als douanebeambte in de hoedanigheid van indirecte vertegenwoordiger van de importeur.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster twee middelen aan.
1.
Schending van artikel 239 van het douanewetboek doordat de Commissie blijk heeft gegeven van een onjuiste beoordeling van de bijzondere situatie en heeft nagelaten de voor de beschikking relevante feiten te beoordelen
—
In dit verband voert verzoekster aan dat de douanebeambte onwetend was van het productieproces van het ingevoerde product (dat de voornaamste factor was om de betaling van de douanerechten te vorderen), dat de werkwijze van de importeur complex was en verborgen bleef voor de douanebeambte, dat de Spaanse douane haar niet zijn vermoedens over het handelen van de importeur heeft meegedeeld en evenmin voorzorgsmaatregelen heeft genomen, dat de EUR.1-certificaten waarop de invoer was gebaseerd tweemaal door de Andorrese autoriteiten zijn bekrachtigd, en dat zelfs de eerste analysen van de Spaanse douane bevestigden dat de producten in aanmerking kwamen voor preferentiële behandeling.
2.
Schending van artikel 239 van het communautair douanewetboek doordat geen sprake is van „een frauduleuze handeling” of „klaarblijkelijke nalatigheid” die de gevraagde kwijtschelding van rechten uitsluit
—
In dit verband stelt verzoekster dat de Commissie alleen een aantal mogelijke handelingen noemt die de douanebeambte beweerdelijk had kunnen verrichten en die haar ertoe hadden kunnen brengen de regelmatigheid van de invoer in twijfel te trekken. Daaruit blijkt echter geenszins „een frauduleuze handeling” of „klaarblijkelijke nalatigheid” van de douanebeambte, zodat de kwijtschelding niet is uitgesloten.
—
Verzoekster wijst voorts op de goede trouw en de door de douanebeambte te allen tijde getoonde nodige zorgvuldigheid.
Full & Egal Universal Law Academy