8.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 439/29
Beroep ingesteld op 2 september 2014 — Micula e.a./Commissie
(Zaak T-646/14)
(2014/C 439/40)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Ioan Micula (Oradea, Roemenië); S.C. European Food SA (Drăgăneşti Roemenië); S.C. Starmill Srl (Drăgăneşti); S.C. Multipack Srl (Drăgăneşti); Viorel Micula (Oradea) (vertegenwoordigers: K. Hobér, J. Ragnwaldh, T. Pettersson, E. Gaillard en Y. Banifatemi, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van beslissing C (2914) 3192 final van 26 mei 2014 in de staatssteunzaak SA.38517 (2014/NN) Micula/Roemenië (arbitrale uitspraak van het ICBI), waarbij Roemenië werd veroordeeld tot opschorting van iedere handeling die zou kunnen leiden tot de tenuitvoerlegging van de uitspraak van 11 december 2013 van een scheidsgerecht, opgezet onder de auspiciën van het Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen (ICBI) in de zaak van Ioan Micula, Viorel Micula e.a./Roemenië (ICBI-zaak nr. ARB/05/20), aangezien de Commissie van mening is, dat tenuitvoerlegging van de uitspraak onwettige staatsteun vormt, totdat de Commissie een definitieve beslissing heeft genomen over de verenigbaarheid van die staatsteun met de interne markt.
—
verweerster in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoekende partijen twee middelen aan.
1.
Eerste middel: onbevoegdheid.
—
Het EU-recht is op onderhavige zaak niet van toepassing en de Commissie is onbevoegd een besluit te nemen op grond van artikel 11, lid 1, van verordening nr. 659/1999. Het Commissiebesluit gaat voorbij aan het feit dat Roemenië op grond van het internationale recht verplicht is de uitspraak van het ICBI onverwijld ten uitvoer te leggen en dat de verplichtingen van Roemenië op grond van het internationale recht primeren boven EU-recht. Het Commissiebesluit schendt de artikelen 351, lid 1, VWEU en 4, lid 3, VEU, die de verplichtingen van Roemenië op grond het ICBI-verdrag en het Zweeds-Roemeense Bilaterale Investeringsverdrag erkennen en beschermen.
2.
Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting en beoordelingsfout.
—
De Commissie heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de tenuitvoerlegging van de uitspraak van het ICBI ten onrechte als een nieuwe staatssteunmaatregel aan te merken en heeft het gewettigd vertrouwen van verzoekende partijen geschonden. Het gehele Commissiebesluit is gebaseerd op de onjuiste aanname dat de tenuitvoerlegging van de ICBI-uitspraak staatsteun vormt in de zin van het EU-recht. De uitspraak van het ICBI strekt verzoekende partijen niet tot economisch voordeel, noch is het een selectieve maatregel of een vrijwillige maatregel die Roemenië kan worden aangerekend, en evenmin verstoort zij de mededinging of dreigt zij deze te verstoren.
Full & Egal Universal Law Academy