1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/30
Beroep ingesteld op 19 september 2014 — Milchindustrie-Verband und Deutscher Raiffeisenverband/Commissie
(Zaak T-670/14)
(2014/C 431/53)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partijen: Milchindustrie-Verband e.V. (Berlijn, Duitsland), Deutscher Raiffeisenverband e.V. (Berlijn) (vertegenwoordigers: I. Zenke en T. Heymann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de mededeling 2014/C 200/01 van de verwerende partij van 28 juni 2014 over richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 nietig te verklaren, voor zover daarin de zuivelverwerkende industrie (NACE 10.51) ondanks het vervullen de in de richtsnoeren onder afdeling 3.7.2 vastgestelde voorwaarden niet in bijlage 3 is genoemd;
—
de verwerende partij in de kosten te verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen drie middelen aan.
1.
Eerste middel: overschrijding van discretionaire ruimte vanwege kennelijke beoordelingsfout bij de keuze van de referentieperiode
—
De verzoekende partijen voeren in dit verband aan dat de verwerende partij bij het vaststellen van de richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (1) basisbeginselen voor het uitoefenen van een discretionaire bevoegdheid heeft geschonden door bij de berekening van de handelsintensiteit van de sectoren van verouderde gegevens gebruik te maken, hoewel recente gegevens voorhanden waren.
2.
Tweede middel: overschrijding van discretionaire ruimte vanwege ontoereikend feitenonderzoek
—
De verzoekende partijen voeren aan dat de verwerende partij haar discretionaire ruimte bovendien heeft overschreden doordat zij voor de berekening van de handelsintensiteit niet alle door de zuivelverwerkende industrie daadwerkelijk vervaardigde producten heeft geïdentificeerd en in aanmerking heeft genomen. Dit leidt tot een vertekend beeld van de mededingingssituatie.
3.
Derde middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften
—
De verzoekende partijen voeren verder aan dat de verwerende partij bij de indeling van de bedrijfstakken in bijlage 3 of 5 van de richtsnoeren inzake staatssteun artikel 296 VWEU schendt doordat zij nergens aangeeft hoe en op basis van welke feiten het kenmerk van de handelsintensiteit wordt berekend en bepaald. Daarmee wordt betrokkenen de mogelijkheid ontnomen om hun rechten daadwerkelijk uit te oefenen.
(1) Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van milieubescherming en energie 2014-2020 (PB C 200 van 28.6.2014, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy