1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/32
Beroep ingesteld op 19 september 2014 — Mylan Laboratories en Mylan/Commissie
(Zaak T-682/14)
(2014/C 431/55)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Mylan Laboratories Ltd (Hyderabad, India); en Mylan, Inc. (Canonsburg, Verenigde Staten) (vertegenwoordigers: S. Kon, C. Firth en C. Humpe, solicitors)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
artikelen 2, 7 en 8 van besluit C(2014) 4955 def. van de Commissie van 9 juli 2014 in zaak AT.39612 Perindopril (Servier) nietig verklaren, voor zover zij verzoeksters betreffen, of
—
subsidiair, artikel 7 van besluit C(2014) 4955 def. van de Commissie van 9 juli 2014 in zaak AT.39612 Perindopril (Servier) nietig verklaren, voor zover daarbij aan verzoeksters een geldboete wordt opgelegd, of
—
meer subsidiair, de in artikel 7 van besluit C(2014) 4955 def. van de Commissie van 9 juli 2014 in zaak AT.39612 Perindopril (Servier) aan verzoeksters opgelegde geldboete verlagen, of
—
nog meer subsidiair, de artikelen 2, 7 en 8 van besluit C(2014) 4955 def. van de Commissie van 9 juli 2014 in zaak AT.39612 Perindopril (Servier) nietig verklaren, voor zover zij Mylan Inc. betreffen, en
—
de Commissie verwijzen in verzoeksters’ kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren verzoeksters acht middelen aan.
1.
Het bestreden besluit bevat feitelijke onjuistheden en kennelijke beoordelingsfouten bij de analyse van de relevante feitelijke, juridische en economische context waarin de schikkingsovereenkomst voor octrooien tussen Mylan Laboratories (voorheen Matrix Laboratories) en Servier is gesloten.
2.
Het bestreden besluit is rechtens en feitelijk onjuist voor zover daarin wordt vastgesteld dat Matrix een potentiële concurrent van Servier was.
3.
In het bestreden besluit is niet rechtens genoegzaam aangetoond dat de schikkingsovereenkomst voor octrooien ertoe strekte de mededinging te beperken in strijd met artikel 101 VWEU.
4.
In het bestreden besluit is niet rechtens genoegzaam aangetoond dat de schikkingsovereenkomst voor octrooien ten gevolge had dat de mededinging werd beperkt in strijd met artikel 101 VWEU.
5.
Subsidiair, schending door de Commissie van artikel 23 van verordening nr. 1/2003 (1) en het evenredigheidbeginsel, het beginsel nullum crimen nulla poena sine lege en het rechtszekerheidsbeginsel door aan verzoeksters een geldboete op te leggen.
6.
Meer subsidiair, de Commissie heeft een geldboete opgelegd die kennelijk onevenredig is aan de ernst van de gestelde schending.
7.
De Commissie heeft de procedurele rechten van de verdediging van Mylan Inc. geschonden door, zonder een aanvullende mededeling van punten van bezwaar vast te stellen, de grond waarop Mylan Inc. in het bestreden besluit aansprakelijk is gesteld op een andere wijze te formuleren dan die waarop zij eerst in de mededeling van punten van bezwaar aansprakelijk was gesteld.
8.
De Commissie heeft (i) het beginsel van persoonlijke aansprakelijkheid en het vermoeden van onschuld geschonden door Mylan Inc. aansprakelijk te stellen voor de gestelde schending door Matrix, en (ii) kennelijke beoordelingsfouten gemaakt door vast te stellen dat Mylan Inc. in de betrokken periode een beslissende invloed uitoefende op het gedrag van Matrix.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen [101 VWEU] en [102 VWEU] (PB 2003, L 1, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy