10.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 395/60
Beroep ingesteld op 22 september 2014 — Italië/Commissie
(Zaak T-686/14)
2014/C 395/73
Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Galluzzo, staatsadvocaat, en G. Palmieri, gemachtigde)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van uitvoeringsbesluit C(2014) 4479 van de Europese Commissie van 9 juli 2014 (kennisgeving geschied op 10 juli 2014) houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo), voor zover het betrekking heeft op Italië en voorwerp is van het onderhavige beroep;
—
nietigverklaring van de forfaitaire financiële correctie voor een totaal van 1 3 99 293,78 EUR met betrekking tot de steun voor de verwerking van tomaten voor het begrotingsjaar 2009;
—
nietigverklaring van de eenmalige financiële correctie voor een totaal van 2 3 62 005,73 EUR vanwege de onregelmatigheid „Gebrek aan informatie over de genomen terugvorderingsmaatregelen”;
—
nietigverklaring van de eenmalige financiële correctie voor een totaal van 1 4 60 976,88 EUR vanwege de onregelmatigheid „Geen rapportage in bijlage III”.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van wezenlijke vormvoorschriften (artikel 253 EG) aangaande de motiveringsplicht en schending van het evenredigheidsbeginsel
—
Met betrekking tot de forfaitaire financiële correctie van de steun voor de verwerking van tomaten voor het begrotingsjaar 2008 is aangevoerd dat artikel 31 van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (PB L 209, blz. 1) en de artikelen 28 en 31 van verordening (EG) nr. 1535/2003 van de Commissie van 29 augustus 2003 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 2201/96 van de Raad wat de steunregeling voor verwerkte producten op basis van groenten en fruit betreft (PB L 218, blz. 14) zijn geschonden. In het kader van dit middel betwist verzoekster de toepassing van de financiële correcties van 5 % van de uitgaven in het bestreden besluit en stelt zij dat deze zijn opgelegd hoewel is aangetoond dat er geen merkbaar financieel nadeel is.
—
Verzoekster betwist bovendien de hoogte van de correctie, waarvan de concrete vaststelling onevenredig en kennelijk onlogisch is. Zij is namelijk aanmerkelijk hoger dan het potentiële nadeel uit de gedragingen die aan de Italiaanse autoriteiten worden verweten.
2.
Tweede middel: onjuiste opvatting van de feiten en schending van wezenlijke vormvoorschriften (artikel 253 EG) aangaande de motiveringsplicht
—
Dit middel heeft betrekking op de financiële correctie voor een bedrag van 1 4 60 976,88 EUR die is opgelegd omdat de Italiaanse Staat zou hebben verzuimd een vermeende onregelmatigheid op te geven in de tabel van bijlage III van verordening (EG) nr. 885/2006 van de Commissie van 21 juni 2006 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad met betrekking tot de erkenning van de betaalorganen en andere instanties en de goedkeuring van de rekeningen inzake het ELGF en het Elfpo. De Italiaanse regering voert in dit verband aan dat was aangetoond dat er geen onregelmatigheid was opgetreden bij de uitbetaalde steun en het dus niet nodig was iets op te geven in de tabel van bijlage III.
3.
Derde middel: schending van het evenredigheidsbeginsel
—
In dit verband voert verzoekster aan dat de financiële correctie voor de onregelmatigheid „Geen rapportage in bijlage III”, met betrekking tot het gehele steunbedrag, die werd gerechtvaardigd met de nagelaten toezending van documenten, aanzienlijk hoger is dan het potentiële nadeel uit de gedragingen die de Italiaanse autoriteiten worden verweten.
4.
Vierde middel: schending van artikel 6, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, het beginsel van het gewijsde, artikel 32, lid 8, sub b, van verordening (EG) nr. 1290/2005 en het evenredigheidsbeginsel
—
Dit middel heeft betrekking op de correctie van 2 3 62 005,73 EUR die is opgelegd omdat de Staat geen informatie zou hebben verstrekt over de genomen terugvorderingsmaatregelen. Verzoekster voert in dat verband aan dat de Commissie zonder motivering heeft geoordeeld dat zij een gewijsde over de zaak waarin was geoordeeld dat het uitgekeerde voordeel rechtmatig was, terzijde kon leggen. Bovendien heeft de Italiaanse regering aangetoond dat een strafrechtelijk vonnis is toegezonden waarbij de begunstigde van de steun is vrijgesproken. Deze omstandigheden tonen aan dat er geen grond was voor terugvordering en dat alle informatie was verstrekt. Bovendien is deze rectificatie, die betrekking heeft op het gehele steunbedrag, aanzienlijk hoger dan het potentiële nadeel uit de gedragingen die de Italiaanse autoriteiten worden verweten.
Full & Egal Universal Law Academy