15.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 448/30
Beroep ingesteld op 2 oktober 2014 — Diktyo Amyntikon Biomichanion Net/Commissie
(Zaak T-703/14)
(2014/C 448/39)
Procestaal: Grieks
Partijen
Verzoekende partij: Diktyo Amyntikon Biomichanion Net (Kaisariani, Griekenland) (vertegenwoordiger: K. Damis, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
een deskundigenonderzoek gelasten om de vermeende bevindingen in het auditverslag van KMPG AG te onderzoeken, naar aanleiding waarvan de Europese Commissie ten onrechte en onrechtmatig heeft erkend dat sprake is van „een gebrek aan alternatieve bewijzen ter onderbouwing van de ingediende personeelskosten”. De betrokken factor is van bijzonder belang voor de beslechting van het geschil, aangezien de personeelskosten ook hun weerslag hebben op alle indirecte kosten. Verzoekster onderstreept bovendien dat het auditverslag van KPMG AG, in verband waarmee de vennootschap DABNET AB schriftelijk bezwaar heeft gemaakt en een verzoek om een nieuw onderzoek heeft ingediend met sluitend bewijsmateriaal, door de Europese Commissie is aanvaard zonder toereikende motivering of zonder reactie op de bewijzen; en
—
erkennen, enerzijds, dat debetnota nr. 3241409008, die op 31 juli 2014 aan verzoekster is toegezonden en waarbij op basis van audit 12-BA176-003 restitutie van 64 574,73 EUR is gevorderd met betrekking tot de overeenkomst voor project FP7-SME-2007-222303 „FIREROB”, een schending vormt van de contractuele verbintenissen van de Commissie en ongegrond is, en anderzijds, dat de uitgaven die verzoekster heeft ingediend in de context van de litigieuze overeenkomst subsidiabel zijn en, dientengevolge, de Commissie verplichten een creditnota ten belope van 64 574,73 EUR uit te reiken.
Gronden voor nietigverklaring/Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Het eerste middel berust op het arbitragebeding. Verzoekster voert ten eerste aan dat de overgelegde bewijsmiddelen sluitend aantonen dat de werknemers van verzoekster werkzaam waren voor het project „FIREROB”; ten tweede dat in geen enkel punt in het auditverslag wordt vermeld dat het personeel van verzoekster het project dat in het kader van de „FIREROB”-overeenkomst moest worden verwezenlijkt, niet heeft afgerond of dat verzoekster onjuiste inlichtingen heeft verstrekt; en ten derde, dat verzoekster had toegezegd 12,2 personen/maand te verstrekken en zij in totaal 21,92 personen/maand heeft verstrekt zonder een wijziging van de al goedgekeurde prijsopgave aan te vragen.
2.
Het tweede middel berust op rechtsmisbruik. Verzoekster stelt dat het verzoek van de Commissie om restitutie van het bedrag van 64 574,73 EUR, te weten bij benadering het vijfvoudige van de rechtstreekse subsidie aan verzoekster (13 474,00 EUR) voor werkzaamheden die door verzoekster op optimale wijze zijn verricht, onevenredig is en in strijd met het beginsel van goede trouw bij de uitvoering van overeenkomsten.
3.
Het derde middel berust op schending van het vertrouwensbeginsel Verzoekster voert aan dat haar niet legitiem het recht is verleend haar legitieme bezwaren rechtstreeks voor te leggen aan de door de Europese Commissie aangestelde auditor en de ongegronde argumenten van de opsteller van het ontwerpauditverslag toe te lichten.
4.
Het vierde middel berust op het analogiebeginsel. Verzoekster voert aan dat beding II.24, lid 1, van bijlage II bij de „FIREROB”-overeenkomst de Commissie de bevoegdheid verleent om af te zien van vergoeding, aangezien het werk van verzoekster zeer positief is beoordeeld en volgens het technisch verslag van de Europese Commissie wetenschappelijke resultaten van een zeer hoog niveau heeft opgeleverd.
Full & Egal Universal Law Academy