17.11.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 409/61
Beroep ingesteld op 3 oktober 2014 — Marine Harvest/Commissie
(Zaak T-704/14)
2014/C 409/82
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Marine Harvest ASA (Bergen, Noorwegen) (vertegenwoordiger: R. Subiotto, QC)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
de beschikking van de Commissie van 23 juli 2014 in zaak COMP/M.7184 — Marine Harvest/Morpol (artikel 14, lid 2, proc.) nietig te verklaren;
—
subsidiair, de krachtens die beschikking aan Marine Harvest opgelegde boetes in te trekken;
—
meer subsidiair, de krachtens die beschikking aan Marine Harvest opgelegde boetes aanzienlijk te verminderen;
—
in elk geval de Commissie te bevelen de proceskosten en andere kosten en uitgaven van Marine Harvest met betrekking tot deze zaak te betalen, en elke andere maatregel te nemen die het passend acht.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: de beschikking geeft blijk van een onjuiste opvatting van het recht en van de feiten omdat daarin is vastgesteld dat Marine Harvest ingevolge verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad haar verwerving van een deelneming van 48,5 % in Morpol in december 2012 („verwerving van december 2012”) had moeten aanmelden, en ervan had moeten afzien om een deelneming van 48,5 % van de aandelen van Morpol te verwerven voordat dit element van de gehele transactie was goedgekeurd, en aldus wordt vastgesteld dat artikel 7, lid 2, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad niet van toepassing was op, er geen sprake was van een eenheid bij de verwerving van december 2012 en het daaropvolgende, na de verwerving van december 2012 krachtens de Noorse wetgeving inzake openbare overnamebiedingen verplichte openbare overnamebod, dat Marine Harvest steeds voornemens was spoedig uit te brengen om de volledige zeggenschap over Morpol te verwerven.
2.
Tweede middel: de beschikking geeft blijk van een onjuiste opvatting van het recht en van de feiten omdat daarin is vastgesteld dat Marine Harvest nalatig had gehandeld door de verwerving van december 2012 niet aan te melden en door niet af te zien van het verkrijgen van een deelneming van 48,5 % van de aandelen van Morpol voordat dit element van de gehele transactie was goedgekeurd, waardoor de beschikking eraan is voorbijgegaan dat Marine Harvest niet redelijkerwijs objectief of subjectief had kunnen voorzien dat de verwerving van december 2012 en het daaropvolgende openbare aanbod niet binnen de werkingssfeer van artikel 7, lid 2, van verordening (EG) nr. 139/2004 zouden vallen.
3.
Derde middel: de beschikking schendt het beginsel dat niemand tweemaal voor dezelfde inbreuk mag worden gestraft, door aan Marine Harvest een geldboete op te leggen omdat zij (i) de verwerving van december 2012 niet had aangemeld voordat zij (ii) deze uitvoerde door de eigendom van 48,5 % van de aandelen van Morpol te verwerven.
4.
Vierde, subsidiaire middel: de oplegging van een geldboete aan Marine Harvest in de beschikking maakt inbreuk op het rechtszekerheidsbeginsel, het beginsel „nullum crimen, nulla poena sine lege”, en het gelijkheidsbeginsel, gelet op het feit dat de feiten en rechtsvragen in deze zaak nieuw zijn en de Commissie onlangs een vergelijkbare zaak heeft behandeld, waarin zij (i) geen onderzoek heeft ingeleid, (ii) geen definitief en bindend standpunt heeft ingenomen over de werkingssfeer van de artikelen 7, leden 1 en 3, van verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad, en (iii) geen geldboete heeft opgelegd.
5.
Vijfde, meer subsidiaire middel: de beschikking geeft blijk van kennelijk onjuiste rechtsopvattingen en bevat kennelijke feitelijke vergissingen en is ontoereikend gemotiveerd wat de vaststelling van de hoogte van de geldboeten in deze zaak betreft, aangezien daarin (i) niet is uiteengezet hoe de geldboetes zijn berekend, (ii) de nadruk wordt gelegd op de zwaarte van de vermeende inbreuken door te verwijzen naar elementen die dit niet onderbouwen, (iii) in de duur van de inbreuk periodes zijn opgenomen die in andere zaken buiten beschouwing zijn gelaten, en dit op de onjuiste grond dat Marine Harvest vóór de aanmelding ontoereikend had meegewerkt, (iv) het niveau van de opgelegde geldboetes onevenredig is aan de duur en de zwaarte van de vermeende inbreuk, en de vooropgestelde doelstellingen, en (v) wordt voorbijgegaan aan verzachtende omstandigheden, waaronder de transparantie van en de medewerking tijdens de procedure inzake concentratiecontrole, het ontbreken van relevante precedenten en een verschoonbare dwaling bij het begaan van de gestelde inbreuk.
Full & Egal Universal Law Academy