1.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 431/40
Beroep ingesteld op 9 oktober 2014 — NK Rosneft e.a./Raad
(Zaak T-715/14)
(2014/C 431/64)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: NK Rosneft OAO (Moskou, Rusland); RN-Shelf-Arctic OOO (Moskou); RN-Shelf-Dalniy Vostok ZAO (Yuzhniy Sakhalin, Rusland); RN-Exploration OOO (Moskou); en Tagulskoe OOO (Krasnoyarsk, Rusland) (vertegenwoordiger: T. Beazley, QC)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
artikel 1, leden 2, sub b, c en d, en 3, van, en bijlage III bij, besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, zoals gewijzigd bij besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014, nietig verklaren;
—
de artikelen 3, 3a, 4, leden 3 en 4, bijlage II, artikel 5, lid 2, sub b, c, en d, lid 3 en bijlage VI, en artikel 11 van verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014, nietig verklaren;
—
verder of subsidiair, verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad en besluit 2014/512/GBVB van de Raad nietig verklaren voor zover zij op de verzoekende partijen van toepassing zijn;
—
de Raad in de kosten verwijzen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen negen middelen aan.
1.
Eerste middel, inhoudend dat de Raad heeft nagelaten om redenen aan te dragen die toereikend zijn om een volledige toetsing mogelijk te maken van de inhoudelijke en procedurele rechtmatigheid van de bepalingen waarvan de verzoekende partijen nietigverklaring vorderen (de „betrokken maatregelen”), en dat de Raad de rechten van verdediging van de verzoekende partijen en hun recht op doeltreffende rechterlijke bescherming met betrekking tot de betrokken maatregelen heeft geschonden.
2.
Tweede middel, inhoudend dat er door de Raad geen gegevens zijn aangedragen die de betrokken maatregelen zouden kunnen rechtvaardigen of feitelijk rechtvaardigen op de grond dat deze een legitiem of rechtmatig doel dienen.
3.
Derde middel, inhoudend dat de betrokken maatregelen in strijd zijn met de internationaalrechtelijke verplichtingen van de EU op grond van de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst met Rusland en/of de GATT.
4.
Vierde middel, inhoudend dat de Raad niet over de bevoegdheid beschikte om de betrokken maatregelen vast te stellen, dan wel dat die maatregelen onrechtmatig zijn, aangezien niet is gebleken, en ook niet inzichtelijk is gemaakt aan de hand van argumenten, dat er tussen het aangegeven doel van besluit 2014/512/GBVB van de Raad en de middelen om dit doel te bereiken een rationele samenhang bestaat.
5.
Vijfde middel, inhoudend dat verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad niet naar behoren uitvoering geeft aan de bepalingen van besluit 2014/512/GBVB van de Raad, omdat de Raad niet bevoegd was om artikel 3 van verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad vast te stellen, althans, indien hij daartoe wel bevoegd was, dit niet rechtmatig kon doen, nu het (in ieder geval) op het eerste gezicht in strijd komt met de onderliggende bepalingen van besluit 2014/512/GBVB van de Raad, in het bijzonder artikel 4 daarvan.
6.
Zesde middel, inhoudend dat de Raad niet bevoegd was om de betrokken maatregelen vast te stellen, althans dit niet rechtmatig kon doen, aangezien zij het fundamentele beginsel van gelijke behandeling en het verbod van willekeur schenden.
7.
Zevende middel, inhoudend dat de Raad niet bevoegd was om de betrokken maatregelen vast te stellen, althans dit niet rechtmatig kon doen, aangezien zij niet evenredig zijn, althans niet is aangetoond dat zij evenredig zijn, in verhouding tot het door besluit 2014/512/GBVB van de Raad nagestreefde doel. Bovendien geldt dat deze bepalingen als gevolg van hun onevenredigheid (a) inbreuk maken op de wetgevingsbevoegdheden van de Unie op grond van de GHP en (b) een ontoelaatbare schending vormen van het fundamentele eigendomsrecht van de verzoekende partijen en/of van hun vrijheid van ondernemerschap.
8.
Achtste middel, inhoudend dat de bestreden bepaling, in het bijzonder gelet op het ontbreken van enige uitleg van de betrokken maatregelen en hun aard, er in ieder geval mede op gericht zou kunnen zijn een ander doel te dienen dan het aangegeven doel, en dat ook op dit afzonderlijke punt de bij besluit 2014/512/GBVB van de Raad toegekende bevoegdheden zijn misbruikt.
9.
Negende middel, inhoudend dat sprake is van een inbreuk op de constitutionele waarborg van rechtszekerheid, mede door de onduidelijkheid van sleutelbegrippen in de betrokken maatregelen.
Full & Egal Universal Law Academy