22.12.2014
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 462/28
Beroep ingesteld op 13 oktober 2014 — HX/Raad
(Zaak T-723/14)
(2014/C 462/41)
Procestaal: Bulgaars
Partijen
Verzoekende partij: HX (Damascus, Syrië) (vertegenwoordiger: Stanislav Koev, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
het beroep in zijn geheel ontvankelijk en gegrond te verklaren, alsook alle daarin aangevoerde middelen gegrond te verklaren en te aanvaarden;
—
toe te staan dat het beroep volgens de versnelde procedure wordt behandeld;
—
besluit 2013/255/GBVB van de Raad van 31 mei 2013 en uitvoeringsbesluit 2014/488/GBVB van 22 juli 2014 nietig te verklaren, voor zover verzoeker daarbij wordt opgenomen in de lijst in de bijlage bij voormeld besluit 2013/255/GBVB betreffende beperkende maatregelen tegen Syrië;
—
verordening (EG) nr. 36/2012 van de Raad van 18 januari 2012 en uitvoeringsverordening (EG) nr. 793/2014 van de Raad van 22 juli 2014 nietig te verklaren, voor zover verzoeker daarbij wordt opgenomen in de lijst in bijlage II bij voormelde verordening (EG) nr. 36/2012 betreffende beperkende maatregelen in het licht van de situatie in Syrië;
—
de Raad te verwijzen in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van zijn beroep voert verzoeker zeven middelen aan.
1.
Ernstige schending van de rechten van verdediging en van het recht op een eerlijk proces
—
Verzoeker werd van de bestreden handelingen niet in kennis gesteld en er werden hem geen ernstig te nemen bewijzen of aanwijzingen voorgelegd die zijn opname zouden rechtvaardigen in de lijst van personen tegen wie sancties zijn genomen, hoewel de bewijslast op de Raad rust;
—
de tegen verzoeker ingebrachte beschuldigingen inzake de verantwoordelijkheid voor de „gewelddadige repressie tegen de burgerbevolking in Syrië” zijn onduidelijk en onvolledig en berusten op vermoedens.
2.
Schending van de motiveringsplicht
—
De bestreden handelingen bevatten slechts beweringen die niet voorzien zijn van een motivering.
3.
Schending van het recht op effectieve rechterlijke bescherming
—
De omkering van de bewijslast, waarmee verweerder zijn onjuiste en onrechtmatige handelingen kon dekken, was onrechtmatig.
4.
Beoordelingsfouten van de Raad ten aanzien van verschillende feiten
5.
Schending van het eigendomsrecht, alsook van het evenredigheidsbeginsel en van het beginsel van economische vrijheid
—
Op basis van de bestreden handelingen werd verzoeker onrechtmatig de mogelijkheid ontnomen op vreedzame wijze van zijn eigendom gebruik te maken.
6.
Schending van het recht op normale levensomstandigheden, aangezien de getroffen maatregelen inbreuk maken op het in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie vervatte verbod onmenselijke en vernederende straffen op te leggen.
7.
Ernstige schending van het in de artikelen 8 en 10 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens neergelegde recht op bescherming van de goede naam, aangezien verzoekers opneming in de bestreden handelingen zijn aanzien in de maatschappij en bij zijn partners onrechtmatig heeft aangetast.
Full & Egal Universal Law Academy