12.1.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 7/41
Beroep ingesteld op 24 oktober 2014 — Vnesheconombank/Raad
(Zaak T-737/14)
(2015/C 007/46)
Procestaal: Spaans
Partijen
Verzoekende partij: Bank for Development and Foreign Economic Affairs (Vnesheconombank) (Moskou, Rusland) (vertegenwoordigers: J. Viñals Camallonga en J. Iriarte Ángel, advocaten)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
artikel 1 van besluit 2014/512/GBVB van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, nietig verklaren voor zover dat betrekking heeft op verzoekster, alsmede verzoeksters naam verwijderen uit de bijlage bij dat besluit;
—
artikel 5 van verordening (EU) nr. 833/2014 van de Raad van 31 juli 2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, nietig verklaren voor zover dat betrekking heeft op verzoekster, alsmede verzoeksters naam verwijderen uit bijlage III bij die verordening;
—
artikel 1 van het genoemde besluit, zoals vervangen bij besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014 tot wijziging van besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, nietig verklaren voor zover dat betrekking heeft op verzoekster, alsmede verzoeksters naam verwijderen uit bijlage I bij het gewijzigde besluit;
—
artikel 5 van de genoemde verordening, zoals vervangen bij verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014 tot wijziging van verordening (EU) nr. 833/2014 betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, nietig verklaren voor zover dat betrekking heeft op verzoekster, alsmede verzoeksters naam verwijderen uit bijlage III bij de gewijzigde verordening, en
—
de Raad van de Europese Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het onderhavige beroep is gericht tegen de genoemde bepalingen betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van de acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren, voor zover die bepalingen betrekking hebben op verzoekster.
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster zes middelen aan.
1.
Eerste middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht doordat de bestreden bepalingen wat verzoekster betreft geenszins onderbouwd zijn, hetgeen een beletsel vormt voor het voeren van een gedegen verweer.
2.
Tweede middel: kennelijk onjuiste beoordeling van de aan de bestreden bepalingen ten grondslag liggende feiten aangezien geen feitelijke grondslag aanwezig is en geen sprake is van daadwerkelijk bewijs.
3.
Derde middel: schending van het recht op effectieve rechterlijke bescherming wat betreft de motivering van de bestreden bepalingen, het ontbreken van bewijs voor de aangevoerde argumenten, de rechten van de verdediging en het eigendomsrecht doordat niet is voldaan aan de motiveringseisen en de verplichting om daadwerkelijk bewijs te leveren, hetgeen gevolgen heeft voor de overige rechten. Er is met name sprake van schending van de rechten van de verdediging doordat de Raad ondanks het tijdige verzoek daartoe het dossier van de sanctieprocedure pas zeer laat ter beschikking heeft gesteld, ofschoon het om een kort en gemakkelijk aan te leggen dossier ging, waardoor verzoekster zich niet terdege heeft kunnen voorbereiden.
4.
Vierde middel: misbruik van bevoegdheid aangezien sprake is van objectieve, precieze en onderling overeenstemmende aanwijzingen die aannemelijk maken dat de Raad bij het vaststellen van de sancties andere doelen voor ogen had dan die welke zijn aangevoerd.
5.
Vijfde middel: schending van het eigendomsrecht doordat het eigendomsrecht ingrijpend is beperkt zonder dat sprake is van een echte rechtvaardigingsgrond en zonder dat het evenredigheidsbeginsel is toegepast.
6.
Zesde middel: schending van het gelijkheidsbeginsel doordat verzoekster in haar concurrentiepositie op de verschillende markten is geschaad zonder dat daarvoor gronden aanwezig zijn.
Full & Egal Universal Law Academy