16.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 89/29
Beroep ingesteld op 5 december 2014 — DenizBank/Raad
(Zaak T-798/14)
(2015/C 089/35)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: DenizBank A.Ș. (Esentepe, Turkije) (vertegenwoordigers: M. Lester en O. Jones, barristers, R. Mattick en S. Utku, solicitors)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014 (1) en verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014 (2) (hierna samen: „bestreden maatregelen”) nietig verklaren voor zover zij verzoekende partij betreffen;
—
artikel 1 van het besluit van 8 september 2014 en artikel 1, lid 5, van de verordening van 8 september 2014 overeenkomstig artikel 277 VWEU niet-toepasselijk verklaren;
—
de Raad verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel: de Raad heeft zijn motiveringsplicht geschonden met betrekking tot het opleggen van de bestreden maatregelen aan verzoekende partij. Verzoekende partij voert voorts aan dat de Raad in het geheel niet heeft gemotiveerd waarom hij de bestreden maatregelen heeft opgelegd, noch zelfs haar heeft medegedeeld dat zij was toegevoegd aan de lijst.
2.
Tweede middel: de Raad heeft het recht van verdediging van verzoekende partij, daaronder begrepen het recht op een eerlijk proces en het recht op effectieve rechterlijke bescherming, niet gewaarborgd. Verzoekende partij voert aan dat de Raad haar geen redenen of bewijs heeft gegeven voor het opleggen van de bestreden maatregelen, dat hij haar niet in de gelegenheid heeft gesteld op de zaak tegen haar te reageren en daardoor het Hof ook heeft belemmerd in de „uitoefening van een doeltreffende rechterlijke toetsing”.
3.
Derde middel: de Raad heeft, voor zover hij de bestreden maatregelen aan verzoekende partij heeft opgelegd, de Overeenkomst van Ankara tussen Turkije en de EU (en het Aanvullende Protocol) in meerdere opzichten geschonden.
4.
Vierde middel: de Raad heeft de beginselen van non-discriminatie en evenredigheid geschonden en heeft verzoekende partij een ongerechtvaardigde en onevenredige beperking van haar grondrechten opgelegd.
(1) Besluit 2014/659/GBVB van de Raad van 8 september 2014 tot wijziging van besluit 2014/512/GBVB betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 271, blz. 54).
(2) Verordening (EU) nr. 960/2014 van de Raad van 8 september 2014 tot wijziging van verordening (EU) nr. 883/2014 vastgesteld betreffende beperkende maatregelen naar aanleiding van acties van Rusland die de situatie in Oekraïne destabiliseren (PB L 271, blz. 3).
Full & Egal Universal Law Academy