16.2.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 56/25
Beroep ingesteld op 9 december 2014 — Philip Morris/Commissie
(Zaak T-800/14)
(2015/C 056/36)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Philip Morris Ltd (Richmond, Verenigd Koninkrijk) (vertegenwoordigers: K. Nordlander en M. Abenhaïm, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
ontvankelijk verklaren van het beroep tot nietigverklaring;
—
nietig verklaren van het besluit van de Commissie Ares (2014) 3188066 van 29 september 2014, voor zover bij dit besluit werd geweigerd verzoekende partij volledige toegang te verlenen tot de aangevraagde stukken, met uitzondering echter van de geanonimiseerde persoonsgegevens die zich daarin bevinden;
—
verwijzen van de Commissie in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Verzoekende partij vordert nietigverklaring van besluit Ares (2014) 3188066 van 29 september 2014, waarbij de Commissie weigerde verzoekende partij volledige toegang te verlenen tot negen interne stukken die waren opgesteld in het kader van de voorbereidende werkzaamheden voor het aannemen van richtlijn 2014/40/EU inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten (1) (het „betwiste besluit”).
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekende partij drie middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft haar motiveringsplicht geschonden door — voor ieder stuk en iedere anonimisering — niet uit te leggen welke relevante uitzondering van verordening (EG) nr. 1049/2001 (2) (de „transparantieverordening”) zij heeft toegepast en op grond van welke feitelijke omstandigheden en overwegingen. Door zich te verlaten op dezelfde algemene argumenten ter rechtvaardiging van haar weigering op grond van de bescherming van gerechtelijke procedures en juridisch advies, heeft de Commissie niet gemotiveerd waarom het vrijgeven van de aangevraagde stukken „specifiek en daadwerkelijk” ongunstig zou zijn voor elk van deze belangen. Meer in het bijzonder legt het betwiste besluit niet uit of de rechtvaardiging die voor elke relevante weigering wordt ingeroepen, betrekking heeft op „gerechtelijke procedures” of „juridisch advies”.
2.
Tweede middel: de Commissie heeft artikel 4, lid 2, tweede streepje, van de transparantieverordening geschonden door niet aan te tonen hoe het vrijgeven in iedere zaak „specifiek en daadwerkelijk” ongunstig zou zijn voor de bescherming van „juridisch advies” of „gerechtelijke procedures”. Met betrekking tot de bescherming van „juridisch advies” zijn de abstracte redenen van de Commissie alle in de jurisprudentie verworpen en heeft de Commissie geen concrete uitleg gegeven waaruit blijkt dat, in dit geval, het volledig vrijgeven van de aangevraagde stukken „specifiek en daadwerkelijk” ongunstig zou zijn voor de bescherming van juridisch advies. Met betrekking tot „gerechtelijke procedures” heeft de Commissie wederom niet, concreet, uitgelegd waarom het vrijgeven „specifiek en daadwerkelijk” ongunstig zou zijn voor de bescherming van „gerechtelijke procedures”. A fortiori heeft de Commissie niet nauwkeurig en specifiek beoordeeld of een hoger openbaar belang het vrijgeven van de aangevraagde stukken kon rechtvaardigen.
3.
Derde middel: de Commissie heeft artikel 4, lid 3, tweede alinea, van de transparantieverordening geschonden door niet aan te tonen dat de relevante stukken/anonimiseringen „standpunten voor intern gebruik” bevatten, door niet uit te leggen hoe het vrijgeven van deze stukken „specifiek en daadwerkelijk” ongunstig zou zijn voor de bescherming van het besluitvormingsproces, en door niet goed het ingeroepen belang af te wegen tegen het hogere openbare belang van het vrijgeven.
(1) Richtlijn 2014/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten inzake de productie, de presentatie en de verkoop van tabaks- en aanverwante producten en tot intrekking van richtlijn 2001/37/EG (PB 2014, L 127, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB 2001, L 145, blz. 43).
Full & Egal Universal Law Academy