16.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 296/14
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 7 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kammarrätt i Stockholm — Migrationsöverdomstolen — Zweden) — George Karim/Migrationsverket
(Zaak C-155/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Verordening (EU) nr. 604/2013 - Bepaling welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat door een derdelander bij een van de lidstaten wordt ingediend - Artikel 18 - Terugname van een asielzoeker wiens verzoek in behandeling is - Artikel 19 - Beëindiging van de verantwoordelijkheid - Afwezigheid van ten minste drie maanden uit het grondgebied van de lidstaten - Nieuwe procedure ter bepaling welke lidstaat verantwoordelijk is - Artikel 27 - Rechtsmiddelen - Omvang van de rechterlijke toetsing])
(2016/C 296/18)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Kammarrätten i Stockholm — Migrationsöverdomstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: George Karim
Verwerende partij: Migrationsverket
Dictum
1)
Artikel 19, lid 2, van verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend, moet in die zin worden uitgelegd dat deze bepaling, met name de tweede alinea ervan, van toepassing is op een derdelander die, na een eerste asielverzoek in een lidstaat te hebben ingediend, het bewijs levert dat hij het grondgebied van de lidstaten ten minste drie maanden heeft verlaten alvorens een nieuw asielverzoek in te dienen in een andere lidstaat.
2)
Artikel 27, lid 1, van verordening nr. 604/2013, gelezen in het licht van overweging 19 ervan, moet in die zin worden uitgelegd dat in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding een asielzoeker zich er in het kader van een rechtsmiddel tegen een jegens hem genomen overdrachtsbesluit op kan beroepen dat de in artikel 19, lid 2, tweede alinea, van deze verordening geformuleerde regel verkeerd is toegepast.
(1) PB C 198 van 15.6.2015.
Full & Egal Universal Law Academy