16.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 296/14
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 9 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ NV/Bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit
(Zaak C-158/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Luchtverontreiniging - Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten - Richtlijn 2003/87/EG - Begrip installatie - Opslaglocatie van de brandstof daaronder begrepen - Verordening (EU) nr. 601/2012 - Begrip brandstof die de installatie verlaat])
(2016/C 296/19)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ NV
Verwerende partij: Bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit
Dictum
1)
Een opslaglocatie voor de brandstof van een kolencentrale zoals in het hoofdgeding aan de orde en zoals beschreven door de verwijzende rechter maakt deel uit van een „installatie” in de zin van artikel 3, onder e), van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG, zoals gewijzigd bij besluit nr. 1359/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013.
2)
Artikel 27, lid 2, eerste alinea, van verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig richtlijn 2003/87, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 206/2014 van de Commissie van 4 maart 2014, moet aldus worden uitgelegd dat steenkool die verloren gaat door broei tijdens de opslag ervan op een locatie die deel uitmaakt van een installatie in de zin van artikel 3, onder e), van richtlijn 2003/87, niet kan worden beschouwd als steenkool die deze installatie verlaat.
(1) PB C 205 van 22.6.2015.
Full & Egal Universal Law Academy