13.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 46/3
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 december 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden) — Connexxion Taxi Services BV / Staat der Nederlanden, Transvision BV, Rotterdamse Mobiliteit Centrale RMC BV, Zorgvervoercentrale Nederland BV
(Zaak C-171/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Overheidsopdrachten voor diensten - Richtlijn 2004/18/EG - Artikel 45, lid 2 - Persoonlijke situatie van de gegadigde of inschrijver - Facultatieve uitsluitingsgronden - Ernstige beroepsfout - Nationale regeling die voorziet in een beoordeling per geval met toepassing van het evenredigheidsbeginsel - Besluiten van de aanbestedende diensten - Richtlijn 89/665/EEG - Rechterlijke toetsing))
(2017/C 046/03)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Connexxion Taxi Services BV
Verwerende partijen: Staat der Nederlanden, Transvision BV, Rotterdamse Mobiliteit Centrale RMC BV, Zorgvervoercentrale Nederland BV
Dictum
1)
Het Unierecht, in het bijzonder artikel 45, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, verzet zich er niet tegen dat een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding een aanbestedende dienst verplicht met toepassing van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen of een gegadigde voor een overheidsopdracht die een ernstige beroepsfout heeft begaan, daadwerkelijk moet worden uitgesloten.
2)
De bepalingen van richtlijn 2004/18, met name die van artikel 2 van deze richtlijn en van bijlage VII A, punt 17, daarbij, gelezen tegen de achtergrond van het beginsel van gelijke behandeling en van de daaruit voortvloeiende transparantieverplichting, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich ertegen verzetten dat een aanbestedende dienst besluit om een overheidsopdracht te gunnen aan een inschrijver die een ernstige beroepsfout heeft begaan, op de grond dat uitsluiting van deze inschrijver van de aanbestedingsprocedure in strijd zou zijn met het evenredigheidsbeginsel, terwijl een inschrijver die een dergelijke beroepsfout heeft begaan volgens de aanbestedingsvoorwaarden voor deze opdracht zonder meer moest worden uitgesloten, zonder dat wordt nagegaan of deze sanctie al dan niet evenredig is.
(1) PB C 213 van 29.6.2015.
Full & Egal Universal Law Academy