2.5.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 156/19
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 17 maart 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie — Roemenië) — Taser International Inc./SC Gate 4 Business SRL, Cristian Mircea Anastasiu
(Zaak C-175/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Verordening (EG) nr. 44/2001 - Overeenkomsten met de verplichting voor een Roemeense onderneming om merken over te dragen aan een onderneming die haar zetel in een derde land heeft - Weigering - Forumkeuzebeding ten gunste van het derde land - Verschijning van de verweerder voor de Roemeense gerechten zonder betwisting - Toepasselijke bevoegdheidsregels])
(2016/C 156/26)
Procestaal: Roemeens
Verwijzende rechter
Înalta Curte de Casaţie şi Justiţie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Taser International Inc.
Verwerende partijen: SC Gate 4 Business SRL, Cristian Mircea Anastasiu
Dictum
1)
De artikelen 23, lid 5, en 24 van verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken dienen aldus te worden uitgelegd dat in het kader van een geschil over de niet-nakoming van een verbintenis uit overeenkomst, waarin de verzoekende partij de gerechten heeft aangezocht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de verwerende partij haar zetel heeft, de bevoegdheid van die gerechten kan voortvloeien uit artikel 24 van deze verordening wanneer de verwerende partij hun bevoegdheid niet betwist, ook al bevat de overeenkomst tussen die twee partijen een forumkeuzebeding ten gunste van de gerechten van een derde land.
2)
Artikel 24 van verordening nr. 44/2001 dient aldus te worden uitgelegd dat het in het kader van een geschil tussen partijen bij een overeenkomst die een forumkeuzebeding bevat ten gunste van de gerechten van een derde land, eraan in de weg staat dat het aangezochte gerecht van de lidstaat op het grondgebied waarvan de verwerende partij haar zetel heeft, zich ambtshalve onbevoegd verklaart, ook al betwist deze verwerende partij de bevoegdheid van dat gerecht niet.
(1) PB C 236 van 20.7.2015.
Full & Egal Universal Law Academy