14.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 419/18
Arrest van het Hof (Tiende kamer) van 14 september 2016 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Superior de Justicia del País Vasco — Spanje) — Florentina Martínez Andrés/Servicio Vasco de Salud (C-184/15) en Juan Carlos Castrejana López/Ayuntamiento de Vitoria (C-197/15)
(Gevoegde zaken C-184/15 en C-197/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Richtlijn 1999/70/EG - Raamovereenkomst EVV, Unice en CEEP inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausules 5 en 8 - Gebruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Maatregelen ter voorkoming van misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten of arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd - Sancties - Omzetting van de arbeidsverhouding voor bepaalde tijd in een „niet-vaste arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd” - Doeltreffendheidsbeginsel))
(2016/C 419/22)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia del País Vasco
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Florentina Martínez Andrés (C-184/15) en Juan Carlos Castrejana López (C-197/15)
Verwerende partijen: Servicio Vasco de Salud (C-184/15) en Ayuntamiento de Vitoria (C-197/15)
Dictum
1)
Clausule 5, lid 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat deze clausule zich ertegen verzet dat een nationale regeling als in het hoofdgeding door de nationale rechterlijke instanties van de betrokken lidstaat zo wordt toegepast dat bij misbruik van opeenvolgende arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd het recht op behoud van het dienstverband toekomt aan personen die bij een overheidsinstantie werkzaam zijn middels een arbeidsovereenkomst, op wie het arbeidsrecht van toepassing is, terwijl dit recht in het algemeen niet wordt toegekend aan het personeel dat bij die overheidsinstantie werkzaam is op basis van het bestuursrecht, tenzij er in het nationale recht sprake is van een andere doeltreffende maatregel ter bestraffing van het misbruik dat wordt gemaakt van dat personeel, hetgeen ter beoordeling van de nationale rechter staat.
2)
Het bepaalde in de raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70, gelezen in samenhang met het doeltreffendheidsbeginsel, moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen nationale procedurevoorschriften op grond waarvan een werknemer met een dienstverband voor bepaalde tijd, wanneer door een rechterlijke instantie misbruik van opeenvolgende arbeidsverhoudingen voor bepaalde tijd is vastgesteld, een nieuwe procedure ter bepaling van de geschikte sanctie moet starten, aangezien dit voor die werknemer procedurele ongemakken meebrengt, met name wat de kosten, de procesduur en de vertegenwoordigingsregels betreft, die de uitoefening van de hem door het Unierecht verleende rechten uiterst moeilijk maken.
(1) PB C 236 van 20.7.2015.
Full & Egal Universal Law Academy