14.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 302/12
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 16 juli 2015 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de High Court of Ireland — Ierland) — Minister for Justice and Equality/Francis Lanigan
(Zaak C-237/15 PPU) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Prejudiciële spoedprocedure - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 6 - Recht op vrijheid en veiligheid - Politiële en justitiële samenwerking in strafzaken - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Europees aanhoudingsbevel - Verplichting om het Europees aanhoudingsbevel ten uitvoer te leggen - Artikel 12 - Voortgezette hechtenis van de gezochte persoon - Artikel 15 - Beslissing over de overlevering - Artikel 17 - Termijnen en modaliteiten van de beslissing over de tenuitvoerlegging - Gevolgen van overschrijding van de termijnen))
(2015/C 302/15)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
High Court of Ireland
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Minister for Justice and Equality
Verwerende partij: Francis Lanigan
Dictum
De artikelen 15, lid 1, en 17 van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moeten aldus worden uitgelegd dat de uitvoerende rechterlijke autoriteit na het verstrijken van de in dat artikel 17 gestelde termijnen nog steeds over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel dient te beslissen.
Artikel 12 van dat kaderbesluit, gelezen in samenhang met artikel 17 ervan en in het licht van artikel 6 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat het in een dergelijke situatie niet in de weg staat aan de voortzetting van de hechtenis van de gezochte persoon overeenkomstig het recht van de uitvoerende lidstaat, zelfs wanneer de totale duur van de hechtenis die termijnen overschrijdt, voor zover die duur niet buitensporig is in het licht van de kenmerken van de in het hoofdgeding gevolgde procedure. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan. Indien de uitvoerende rechterlijke autoriteit besluit een einde te maken aan de hechtenis van die persoon, dient zij zijn voorlopige invrijheidstelling vergezeld te doen gaan van de maatregelen die zij nodig acht om zijn vlucht te voorkomen, en zich ervan te vergewissen dat de materiële voorwaarden voor zijn daadwerkelijke overlevering gehandhaafd blijven zolang geen definitieve beslissing over de tenuitvoerlegging van het Europees aanhoudingsbevel is genomen.
(1) PB C 236 van 20.7.2015.
Full & Egal Universal Law Academy