3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/7
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 4 mei 2017 — Europese Commissie/Groothertogdom Luxemburg
(Zaak C-274/15) (1)
((Niet-nakoming - Fiscale bepalingen - Belasting over de toegevoegde waarde - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 132, lid 1, onder f) - Btw-vrijstelling voor diensten verricht door zelfstandige groeperingen van personen voor hun leden - Artikel 168, onder a), en artikel 178, onder a) - Recht op aftrek voor leden van de groepering - Artikel 14, lid 2, onder c), en artikel 28 - Handelen van een lid op eigen naam en voor rekening van de groepering))
(2017/C 213/05)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Dintilhac en C. Soulay, gemachtigden)
Verwerende partij: Groothertogdom Luxemburg (vertegenwoordigers: D. Holderer, gemachtigde, bijgestaan door F. Kremer en P.-E. Partsch, avocats, en B. Gasparotti, deskundige)
Dictum
1)
Door de vaststelling van de regeling inzake de belasting over de toegevoegde waarde met betrekking tot zelfstandige groeperingen van personen, zoals neergelegd in, in de eerste plaats, artikel 44, lid 1, onder y), van de gecoördineerde tekst van de Loi du 12 février 1979 concernant la taxe sur la valeur ajoutée, gelezen in samenhang met artikel 2, onder a), en artikel 3 van het Règlement grand-ducal du 21 janvier 2004 relatif à l’exonération de la TVA des prestations de services fournies à leurs membres par des groupements autonomes de personnes, in de tweede plaats, artikel 4 van dat Règlement grand-ducal, gelezen in samenhang met administratieve circulaire nr. 707 van 29 januari 2004 voor zover daarbij dat artikel 4 wordt toegelicht, en, in de derde plaats, de nota van 18 december 2008 die door de werkgroep binnen het comité d’observation des marchés (COBMA) is opgesteld in overleg met de administration de l’Enregistrement et des Domaines, is het Groothertogdom Luxemburg de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 2, lid 1, onder c), artikel 132, lid 1, onder f), artikel 168, onder a), artikel 178, onder a), artikel 14, lid 2, onder c), en artikel 28 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn 2010/45/EU van de Raad van 13 juli 2010.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
Het Groothertogdom Luxemburg wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 270 van 17.8.2015.
Full & Egal Universal Law Academy