22.8.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/11
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 16 juni 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Zalaegerszegi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság — Hongarije) — EURO 2004. Hungary Kft./Nemzeti Adó- és Vámhivatal Nyugat-dunántúli Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
(Zaak C-291/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Douane-unie - Gemeenschappelijk douanetarief - Douanewaarde - Bepaling van de douanewaarde - Transactiewaarde - Werkelijk betaalde prijs - Gegronde twijfel omtrent de aangegeven prijs - Aangegeven prijs die lager is dan de prijs die wordt betaald bij andere transacties met betrekking tot soortgelijke goederen))
(2016/C 305/16)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Zalaegerszegi Közigazgatási és Munkaügyi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: EURO 2004. Hungary Kft.
Verwerende partij: Nemzeti Adó- és Vámhivatal Nyugat-dunántúli Regionális Vám- és Pénzügyőri Főigazgatósága
Dictum
Artikel 181 bis van verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 3254/94 van de Commissie van 19 december 1994, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen de handelwijze van de douane als in het hoofdgeding, waarbij de douanewaarde van ingevoerde goederen op basis van de methode van de transactiewaarde van soortgelijke goederen als bedoeld in artikel 30 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 82/97 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 1996, wordt vastgesteld wanneer de aangegeven transactiewaarde is aan te merken als abnormaal laag ten opzichte van de statistisch gemiddelde aankoopprijs die bij het importeren van soortgelijke goederen wordt gehanteerd, hoewel de douane de echtheid van de factuur en het stortingsbewijs die zijn overgelegd ten bewijze van de voor de ingevoerde goederen werkelijk betaalde prijs, niet betwist of anderszins ter discussie stelt, en wanneer de importeur in reactie op het verzoek daartoe van de douane geen nader bewijs of nadere informatie ter bepaling van de juistheid van de aangegeven transactiewaarde van die goederen heeft geleverd.
(1) PB C 98 van 14.3.2016.
Full & Egal Universal Law Academy