12.12.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 462/6
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 13 oktober 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Apelacyjny w Warszawie — Polen) — Edyta Mikołajczyk/Marie Louise Czarnecka, Stefan Czarnecki
(Zaak C-294/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Bevoegdheid, erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake ouderlijke verantwoordelijkheid - Verordening (EG) nr. 2201/2003 - Artikel 1, lid 1, onder a) - Materiële werkingssfeer - Verzoek tot nietigverklaring van een huwelijk ingediend door een derde na het overlijden van een van de echtgenoten - Artikel 3, lid 1 - Bevoegdheid van de gerechten van de lidstaat van de verblijfplaats van de „verzoeker” - Strekking])
(2016/C 462/09)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Apelacyjny w Warszawie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Edyta Mikołajczyk
Verwerende partijen: Marie Louise Czarnecka, Stefan Czarnecki
Dictum
1)
Artikel 1, lid 1, onder a), van verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000 moet aldus worden uitgelegd dat een verzoek tot nietigverklaring van een huwelijk dat is ingediend door een derde na overlijden van een van de echtgenoten binnen de werkingssfeer van verordening nr. 2201/2003 valt.
2)
Artikel 3, lid 1, onder a), vijfde en zesde streepje, van verordening nr. 2201/2003 moet aldus worden uitgelegd dat een andere persoon dan een van de echtgenoten die een verzoek tot nietigverklaring van een huwelijk indient, zich niet kan beroepen op de aanknopingspunten voor de bevoegdheid in deze bepalingen.
(1) PB C 311 van 21.9.2015.
Full & Egal Universal Law Academy