16.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 14/9
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 10 november 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sø- og Handelsret — Denemarken) — Ferring Lægemidler A/S, optredend namens Ferring BV/Orifarm A/S
(Zaak C-297/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Merken - Richtlijn 2008/95/EG - Artikel 7, lid 2 - Farmaceutische producten - Parallelimport - Afscherming van markten - Noodzaak om de van het merk voorziene waar om te pakken - Farmaceutisch product dat door de merkhouder in dezelfde soorten verpakkingen op de exportmarkt en de invoermarkt in de handel wordt gebracht))
(2017/C 014/12)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Sø- og Handelsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ferring Lægemidler A/S, optredend namens Ferring BV
Verwerende partij: Orifarm A/S
Dictum
Artikel 7, lid 2, van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moet aldus worden uitgelegd dat de houder van een merk zich kan verzetten tegen de verdere verhandeling van een geneesmiddel door een parallelimporteur die dit geneesmiddel in een nieuwe buitenverpakking heeft omgepakt en daarop het merk opnieuw heeft aangebracht, wanneer het betrokken geneesmiddel in het invoerland dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van 2 mei 1992 kan worden verhandeld in dezelfde verpakking als die waarin dat product wordt verhandeld in het uitvoerland dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en de importeur niet heeft aangetoond dat het ingevoerde product slechts op een beperkt deel van de markt van het invoerland kan worden verhandeld. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.
(1) PB C 294 van 7.9.2015.
Full & Egal Universal Law Academy