3.7.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 mei 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Obvodní soud pro Prahu — Tsjechië) — Marcela Pešková, Jiří Peška/Travel Service a.s.
(Zaak C-315/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Luchtvervoer - Verordening (EG) nr. 261/2004 - Artikel 5, lid 3 - Compensatie voor passagiers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten - Draagwijdte - Bevrijding van de verplichting tot compensatie - Aanvaring tussen een luchtvaartuig en een vogel - Begrip „buitengewone omstandigheden” - Begrip „redelijke maatregelen” om een buitengewone omstandigheid te voorkomen of de gevolgen ervan te ondervangen])
(2017/C 213/06)
Procestaal: Tsjechisch
Verwijzende rechter
Obvodní soud pro Prahu
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Marcela Pešková, Jiří Peška
Verwerende partij: Travel Service a.s.
Dictum
1)
Artikel 5, lid 3, van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van verordening (EEG) nr. 295/91, gelezen in het licht van overweging 14 van verordening nr. 261/2004, moet aldus worden uitgelegd dat een aanvaring tussen een luchtvaartuig en een vogel onder het begrip „buitengewone omstandigheden” in de zin van die bepaling valt.
2)
Artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004, gelezen in het licht van overweging 14 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat de annulering of langdurige vertraging van een vlucht niet het gevolg van buitengewone omstandigheden is wanneer die annulering of vertraging voortvloeit uit het feit dat een luchtvaartmaatschappij een deskundige van haar keuze inschakelt om de vanwege een aanvaring met een vogel vereiste veiligheidsinspecties nogmaals uit te voeren nadat deze reeds zijn uitgevoerd door een op basis van de toepasselijke regelgeving bevoegde deskundige.
3)
Artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004, gelezen in het licht van overweging 14 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat de „redelijke maatregelen” die een luchtvaartmaatschappij moet nemen om de risico’s van een aanvaring met een vogel te verkleinen of zelfs weg te nemen en zich op die manier te bevrijden van haar verplichting om de passagiers op grond van artikel 7 van verordening nr. 261/2004 te compenseren, mede de inzet omvatten van preventieve controlemaatregelen ten aanzien van die vogels, mits deze luchtvaartmaatschappij met name uit technisch en administratief oogpunt daadwerkelijk in staat is die maatregelen te nemen, die maatregelen van haar geen onaanvaardbare offers verlangen uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming, en deze luchtvaartmaatschappij heeft aangetoond dat die maatregelen voor de vlucht waarvoor de aanvaring met een vogel gevolgen heeft gehad, daadwerkelijk zijn genomen. Het is aan de verwijzende rechter om zich ervan te vergewissen dat aan deze voorwaarden is voldaan.
4)
Artikel 5, lid 3, van verordening nr. 261/2004, gelezen in het licht van overweging 14 ervan, moet aldus worden uitgelegd dat, ingeval een vlucht een aankomstvertraging van drie uur of meer heeft opgelopen die niet alleen is veroorzaakt door een buitengewone omstandigheid die niet kon worden voorkomen met aan de situatie aangepaste maatregelen en ten aanzien waarvan de luchtvaartmaatschappij alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de gevolgen ervan te ondervangen, maar ook door een andere omstandigheid die niet tot deze categorie behoort, de vertraging die valt toe te rekenen aan die eerste omstandigheid moet worden afgetrokken van de totale duur van de aankomstvertraging van de betrokken vlucht, om zodoende te kunnen beoordelen of voor de aankomstvertraging van die vlucht compensatie moet worden betaald overeenkomstig artikel 7 van die verordening.
(1) PB C 414 van 14.12.2015.
Full & Egal Universal Law Academy