10.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/2
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 11 juli 2018 — Europese Commissie / Koninkrijk België
(Zaak C-356/15) (1)
([Niet-nakoming - Sociale zekerheid - Verordening (EG) nr. 883/2004 - Artikelen 11 en 12 alsmede artikel 76, lid 6 - Verordening (EG) nr. 987/2009 - Artikel 5 - Detachering van een werknemer - Aansluiting bij een socialezekerheidsstelsel - Fraudebestrijding - A1-verklaring - Weigering van erkenning door de lidstaat waar de beroepswerkzaamheid wordt uitgeoefend, in geval van fraude of misbruik])
(2018/C 319/02)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordiger: D. Martin, gemachtigde)
Verwerende partij: Koninkrijk België (vertegenwoordigers: L. Van den Broeck en M. Jacobs, gemachtigden, bijgestaan door P. Paepe, advocaat)
Interveniënt aan de zijde van verzoekende partij: Ierland (vertegenwoordigers: E. Creedon, M. Browne, G. Hodge en A. Joyce, gemachtigden, bijgestaan door C. Toland, BL)
Dictum
1)
Door de artikelen 23 en 24 van de programmawet van 27 december 2012 vast te stellen, is het Koninkrijk België de verplichtingen niet nagekomen die op hem rusten krachtens artikel 11, lid 1, artikel 12, lid 1, en artikel 76, lid 6, van verordening (EG) nr. 883/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels, zoals gewijzigd bij verordening (EU) nr. 465/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012, en krachtens artikel 5 van verordening (EG) nr. 987/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 tot vaststelling van de wijze van toepassing van verordening nr. 883/2004.
2)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
3)
Het Koninkrijk België wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 302 van 14.9.2015.
Full & Egal Universal Law Academy