19.9.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 343/8
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 21 juli 2016 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — België) — Hilde Orleans, Rudi Van Buel en Marina Apers (C-387/15) en Denis Malcorps, Myriam Rijssens en Guido Van De Walle (C-388/15)/Vlaams Gewest
(Gevoegde zaken C-387/15 en C-388/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Milieu - Richtlijn 92/43/EEG - Instandhouding van de natuurlijke habitats - Speciale beschermingszones - Natura 2000-gebied „Schelde- en Durme-estuarium van de Nederlandse grens tot Gent” - Ontwikkeling van een havengebied - Beoordeling van de gevolgen van een plan of een project voor een beschermd gebied - Optreden van negatieve gevolgen - Voorafgaande maar nog niet voltooide ontwikkeling van een areaal van een aan het verloren gegane deel gelijkwaardig type - Voltooiing na de beoordeling - Artikel 6, leden 3 en 4))
(2016/C 343/11)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Hilde Orleans, Rudi Van Buel en Marina Apers (C-387/15) en Denis Malcorps, Myriam Rijssens en Guido Van De Walle (C-388/15)
Verwerende partij: Vlaams Gewest
in tegenwoordigheid van: Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen
Dictum
Artikel 6, lid 3, van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna moet aldus worden uitgelegd dat maatregelen die zijn opgenomen in een plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een gebied van communautair belang, en die erin voorzien dat, voordat zich negatieve gevolgen voordoen voor een aldaar voorkomend type natuurlijke habitat, er een toekomstig areaal van dat type wordt ontwikkeld, waarvan de ontwikkeling evenwel zal worden voltooid na de beoordeling van de significantie van de mogelijke aantasting van de natuurlijke kenmerken van dit gebied, niet in aanmerking kunnen worden genomen bij die beoordeling. Dergelijke maatregelen kunnen in voorkomend geval slechts als „compenserende maatregelen” in de zin van artikel 6, lid 4, worden aangemerkt wanneer is voldaan aan de daarin gestelde voorwaarden.
(1) PB C 354 van 26.10.2015.
Full & Egal Universal Law Academy