10.4.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 112/7
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 15 februari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vilniaus miesto apylinkės teismas — Litouwen) — W, V/X
(Zaak C-499/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in burgerlijke zaken - Bevoegdheid inzake ouderlijke verantwoordelijkheid - Verordening (EG) nr. 2201/2003 - Artikelen 8 tot en met 15 - Bevoegdheid inzake onderhoudsverplichtingen - Verordening (EG) nr. 4/2009 - Artikel 3, onder d) - Tegenstrijdige beslissingen van gerechten in verschillende lidstaten - Kind dat zijn gewone verblijfplaats in de lidstaat van de verblijfplaats van de moeder heeft - Bevoegdheid van de gerechten van de lidstaat van de verblijfplaats van de vader om een eerder door hen gegeven en in kracht van gewijsde gegane beslissing over de verblijfplaats van het kind, de onderhoudsverplichtingen en de uitoefening van het bezoekrecht te wijzigen - Geen])
(2017/C 112/10)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Vilniaus miesto apylinkės teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: W, V
Verwerende partij: X
Dictum
Artikel 8 van verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van verordening (EG) nr. 1347/2000, en artikel 3 van verordening (EG) nr. 4/2009 van de Raad van 18 december 2008 betreffende de bevoegdheid, het toepasselijke recht, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen, en de samenwerking op het gebied van onderhoudsverplichtingen, dienen aldus te worden uitgelegd dat in een zaak zoals in het hoofgeding de rechterlijke instanties van de lidstaat die een definitieve beslissing hebben gegeven inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid en de onderhoudsverplichtingen met betrekking tot een minderjarig kind, niet langer bevoegd zijn om uitspraak te doen over een verzoek tot wijziging van de bepalingen van die beslissing wanneer de gewone verblijfplaats van het kind zich bevindt op het grondgebied van een andere lidstaat. Het zijn de rechterlijke instanties van die andere lidstaat die bevoegd zijn om uitspraak te doen over dat verzoek.
(1) PB C 414 van 14.12.2015.
Full & Egal Universal Law Academy