14.5.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 166/2
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 20 maart 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunale di Bergamo — Italië) — Strafzaak tegen Luca Menci
(Zaak C-524/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Verzuim de verschuldigde btw te betalen - Sancties - Nationale wettelijke regeling die voorziet in een administratieve sanctie en in een strafrechtelijke sanctie voor dezelfde feiten - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 50 - Ne-bis-in-idembeginsel - Strafrechtelijke aard van de administratieve sanctie - Bestaan van een en hetzelfde strafbare feit - Artikel 52, lid 1 - Beperkingen die aan het ne-bis-in-idembeginsel zijn gesteld - Voorwaarden])
(2018/C 166/02)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Tribunale di Bergamo
Partij in de strafzaak
Luca Menci
in tegenwoordigheid van: Procura della Repubblica
Dictum
1)
Artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling op grond waarvan tegen een persoon een strafvervolging kan worden ingesteld wegens het verzuim de verschuldigde belasting over de toegevoegde waarde binnen de wettelijke termijnen te betalen, terwijl die persoon voor dezelfde feiten reeds een onherroepelijk geworden administratieve sanctie van strafrechtelijke aard in de zin van dat artikel 50 is opgelegd, op voorwaarde dat die regeling
—
een doel van algemeen belang nastreeft dat een dergelijke cumulatie van vervolgingsmaatregelen en sancties kan rechtvaardigen, te weten de strijd tegen delicten ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde, waarbij die vervolgingsmaatregelen en die sancties elkaar aanvullende doelen moeten hebben,
—
regels bevat waarmee voor onderlinge afstemming kan worden gezorgd, opdat de extra belasting die voor de betrokkenen uit een cumulatie van procedures voortvloeit, tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt, en
—
voorziet in regels waarmee ervoor kan worden gezorgd dat de zwaarte van het geheel van de opgelegde sancties is beperkt tot het strikt noodzakelijke in verhouding tot de ernst van het delict in kwestie.
2)
Het staat aan de nationale rechter om zich, rekening houdend met alle omstandigheden van de hoofdzaak, ervan te vergewissen dat de belasting die concreet voor de betrokkene voortvloeit uit de toepassing van de nationale regeling die in de hoofdzaak aan de orde is en uit de cumulatie van de vervolgingsmaatregelen en sancties die op grond daarvan is toegestaan, de ernst van het gepleegde delict niet te buiten gaat.
(1) PB C 414 van 14.12.2015.
Full & Egal Universal Law Academy