20.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 53/17
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 21 december 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria — Hongarije) — Interservice d.o.o. Koper/Sándor Horváth
(Zaak C-547/15) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Communautair douanewetboek - Verordening (EEG) nr. 2913/92 - Artikel 96 - Regeling extern douanevervoer - Begrip „vervoerder” - Geen aanbrenging van de goederen bij het douanekantoor van bestemming - Aansprakelijkheid - Ondervervoerder die de goederen op de parkeerplaats van het douanekantoor van bestemming heeft overhandigd aan de hoofdvervoerder en deze goederen weer heeft overgenomen voor een volgend traject])
(2017/C 053/20)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Kúria
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Interservice d.o.o. Koper
Verwerende partij: Sándor Horváth
Dictum
1)
Het begrip „vervoerder” op wie de in artikel 96, lid 2, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 648/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2005, bedoelde verplichting rust om de goederen ongeschonden bij het douanekantoor van bestemming aan te brengen, moet in die zin worden uitgelegd dat het duidt op elke persoon, daaronder begrepen de ondervervoerder, die het feitelijke vervoer van de onder de regeling extern communautair douanevervoer geplaatste goederen verricht en dit vervoer heeft aanvaard in de wetenschap dat deze goederen onder die regeling waren geplaatst.
2)
Artikel 96, lid 2, van verordening nr. 2913/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 648/2005, moet in die zin worden uitgelegd dat een ondervervoerder, zoals die in het hoofdgeding, die, ten eerste, de goederen, samen met het document voor douanevervoer, op de parkeerplaats van het douanekantoor van bestemming heeft overhandigd aan de hoofdvervoerder en, ten tweede, de goederen weer heeft overgenomen voor een volgend traject, slechts verplicht was zich ervan te vergewissen dat zij bij het douanekantoor van bestemming waren aangebracht en slechts aansprakelijk kan worden gesteld voor het feit dat zij niet waren aangebracht, indien hij, toen hij de goederen opnieuw heeft overgenomen, wist dat de regeling douanevervoer niet regelmatig was beëindigd. Het staat aan de verwijzende rechter om dit na te gaan.
(1) PB C 27 van 25.1.2016.
Full & Egal Universal Law Academy