13.3.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 78/4
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 25 januari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Rechtbank Amsterdam — Nederland) — Strafzaak tegen Gerrit van Vemde
(Zaak C-582/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in strafzaken - Wederzijdse erkenning van vonnissen - Kaderbesluit 2008/909/JBZ - Werkingssfeer - Artikel 28 - Overgangsbepaling - Begrip „geven een onherroepelijk vonnis”))
(2017/C 078/04)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank Amsterdam
Partij in de strafzaak
Gerrit van Vemde
in tegenwoordigheid van: Openbaar Ministerie
Dictum
Artikel 28, lid 2, eerste volzin, van kaderbesluit 2008/909/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van wederzijdse erkenning op strafvonnissen waarbij vrijheidsstraffen of tot vrijheidsbeneming strekkende maatregelen zijn opgelegd, met het oog op de tenuitvoerlegging ervan in de Europese Unie, dient aldus te worden uitgelegd dat het slechts ziet op vonnissen die onherroepelijk zijn geworden vóór de door de betrokken lidstaat aangegeven datum.
(1) PB C 27 van 25.1.2016.
Full & Egal Universal Law Academy