13.3.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 78/5
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 25 januari 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Finanzgericht Baden-Württemberg — Duitsland) — Ultra-Brag AG/Hauptzollamt Lörrach
(Zaak C-679/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Douane-unie - Douaneschuld die is ontstaan door het op onregelmatige wijze binnenbrengen van goederen - Begrip „schuldenaar” - Werknemer van een rechtspersoon wiens gedrag ten grondslag ligt aan het op onregelmatige wijze binnenbrengen - Vaststelling van frauduleus handelen of manifeste nalatigheid))
(2017/C 078/06)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Finanzgericht Baden-Württemberg
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ultra-Brag AG
Verwerende partij: Hauptzollamt Lörrach
Dictum
1)
Artikel 202, lid 3, eerste streepje, van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek, zoals gewijzigd bij verordening (EG) nr. 1791/2006 van de Raad van 20 november 2006, moet aldus worden uitgelegd dat een rechtspersoon wiens werknemer, die niet zijn wettelijke vertegenwoordiger is, het op onregelmatige wijze binnenbrengen van goederen in het douanegebied van de Unie heeft teweeg gebracht, als schuldenaar kan worden aangemerkt van de door dit binnenbrengen ontstane douaneschuld indien deze werknemer de betrokken goederen heeft binnengebracht binnen de grenzen van de hem door zijn werkgever opgedragen taken en in uitvoering van de instructies die hem hiertoe zijn gegeven door een andere werknemer van deze onderneming die daartoe in het kader van zijn eigen functies bevoegd is, en de voornoemde werknemer dus binnen het kader van de uitoefening van zijn taken in naam en voor rekening van zijn werkgever heeft gehandeld.
2)
Artikel 212 bis van verordening nr. 2913/92, zoals gewijzigd bij verordening nr. 1791/2006, moet aldus worden uitgelegd dat, om een bepaalde handeling ten aanzien van een werkgever-rechtspersoon als frauduleus handelen of manifeste nalatigheid in de zin van dit artikel te kwalificeren, niet alleen de werkgever zelf in aanmerking moet worden genomen maar aan deze werkgever ook het gedrag dient te worden toegerekend van de bij deze rechtspersoon in dienst zijnde werknemer of werknemers die — binnen de grenzen van de hun door hun werkgever opgedragen taken en dus binnen het kader van de uitoefening van hun respectieve bevoegdheden in naam en voor rekening van hun werkgever handelend — het op onregelmatige wijze binnenbrengen van goederen hebben teweeg gebracht.
(1) PB C 111 van 29.3.2016.
Full & Egal Universal Law Academy