16.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 14/18
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 26 oktober 2016 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo — Spanje) — Siderúrgica Sevillana SA (C-369/15), Solvay Solutions España SL (C-370/15), Cepsa Química SA (C-371/15), Dow Chemical Ibérica SL (C-372/15)/Administración del Estado
(Gevoegde zaken C-369/15 tot en met C-372/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie - Regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten in de Europese Unie - Richtlijn 2003/87/EG - Artikel 10 bis - Methode voor de kosteloze toewijzing van emissierechten - Berekening van de uniforme transsectorale correctiefactor - Besluit 2013/448/EU - Artikel 4 - Bijlage II - Geldigheid - Toepassing van de uniforme transsectorale correctiefactor op de installaties van de bedrijfstakken die zijn blootgesteld aan een hoog risico op koolstoflekkage - Besluit 2011/278/EU - Artikel 10, lid 9 - Geldigheid))
(2017/C 014/23)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Siderúrgica Sevillana SA (C-369/15), Solvay Solutions España SL (C-370/15), Cepsa Química SA (C-371/15), Dow Chemical Ibérica SL (C-372/15)
Verwerende partij: Administración del Estado
in tegenwoordigheid van: Repsol Petróleo SA BP Oil España SAU (C-371/15)
Dictum
1)
Noch uit de bepalingen van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2013 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij richtlijn 2009/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009, gelezen tegen de achtergrond van artikel 15, lid 3, van besluit 2011/278/EU van de Commissie van 27 april 2011 tot vaststelling van een voor de hele Unie geldende overgangsregeling voor de geharmoniseerde kosteloze toewijzing van emissierechten overeenkomstig artikel 10 bis van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, noch uit die van besluit 2013/448/EU van de Commissie van 5 september 2013 betreffende nationale uitvoeringsmaatregelen voor de voorlopige kosteloze toewijzing van broeikasgasemissierechten overeenkomstig artikel 11, lid 3, van richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, blijkt dat de Europese Commissie bij de vaststelling van de maximale jaarlijkse hoeveelheid emissierechten andere emissies zou hebben uitgesloten dan die welke afkomstig zijn van de elektriciteitsproducenten.
2)
Bij het onderzoek van de derde vraag, onder b), is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 15, lid 3, van besluit 2011/278 kunnen aantasten.
3)
Bij het onderzoek van de vierde vraag is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de geldigheid van artikel 10, lid 9, eerste alinea, van besluit 2011/278 kunnen aantasten.
4)
Artikel 4 van besluit 2011/278 en bijlage II bij dat besluit zijn ongeldig.
5)
De gevolgen van de nietigverklaring van artikel 4 van besluit 2011/278 en van bijlage II bij dat besluit worden op zodanige wijze beperkt in de tijd dat, ten eerste, deze ongeldigverklaring pas effect sorteert na een periode van tien maanden vanaf de datum waarop het arrest van 28 april 2016, Borealis Polyolefine e.a. (C-191/14, C-192/14, C-295/14, C-389/14 en C-391/14–C-393/14, EU:C:2016:311) is gewezen, teneinde de Europese Commissie in staat te stellen de noodzakelijke maatregelen vast te stellen, en dat, ten tweede, niet kan worden afgedaan aan de tot dat tijdstip op grondslag van de ongeldig verklaarde bepalingen vastgestelde maatregelen.
(1) PB C 311 van 21.9.2015.
Full & Egal Universal Law Academy