19.12.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 475/8
Beschikking van het Hof (Zesde kamer) van 12 oktober 2016 (verzoeken om een prejudiciële beslissing ingediend door de Prekršajni Sud u Bjelovaru — Kroatië) — Renata Horžić (C-511/15), Siniša Pušić (C-512/15)/Privredna banka Zagreb d.d., Božo Prka
(Gevoegde zaken C-511/15 en C-512/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Kredietovereenkomsten voor consumenten - Richtlijn 2008/48/EG - Hypothecaire kredietovereenkomst - Variabele rentevoet - Verplichtingen van de kredietgever - Nationale regeling die van toepassing is op overeenkomsten die op de datum van inwerkingtreding ervan reeds lopen - Niet-toepasselijkheid van richtlijn 2008/48))
(2016/C 475/11)
Procestaal: Kroatisch
Verwijzende rechter
Prekršajni Sud u Bjelovaru
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Renata Horžić (C-511/15), Siniša Pušić (C-512/15)
Verwerende partijen: Privredna banka Zagreb d.d., Božo Prka
Dictum
Artikel 23 en artikel 30, lid 1, van richtlijn 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van richtlijn 87/102/EEG van de Raad moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen nationale bepalingen als in de hoofdgedingen, op grond waarvan de kredietgever, op straffe van strafrechtelijke sancties, met betrekking tot op de datum van inwerkingtreding van die bepalingen bestaande kredietovereenkomsten verplichtingen inzake variabele rentevoeten moet nakomen, mits die kredietovereenkomsten niet binnen de materiële werkingssfeer van die richtlijn vallen en die verplichtingen bovendien geen uitvoering van die richtlijn vormen.
(1) PB C 27 van 25.1.2016.
Full & Egal Universal Law Academy