6.6.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 200/4
Beschikking van het Hof (Tiende kamer) van 17 maart 2016 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 5 de Alcobendas — Spanje) — Ibercaja Banco SAU/José Cortés González
(Zaak C-613/15) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Vastgoedleningen - Vertragingsrentebeding - Beding inzake vervroegde opeisbaarheid - Bevoegdheid van de nationale rechter - Vervaltermijn))
(2016/C 200/06)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 5 de Alcobendas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ibercaja Banco SAU
Verwerende partij: José Cortés González
Dictum
Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat:
—
de artikelen 3, lid 1, en 4, lid 1, ervan zich ertegen verzetten dat het recht van een lidstaat de bevoegdheid van de nationale rechter beperkt om te beoordelen of een tussen een consument en een verkoper gesloten hypothecaire leningsovereenkomst oneerlijke bedingen bevat, en
—
de artikelen 6, lid 1, en 7, lid 1, ervan verlangen dat het nationale recht de rechter niet belet om een dergelijk beding buiten toepassing te laten, wanneer hij tot de conclusie komt dat het een „oneerlijk” beding in de zin van artikel 3, lid 1, van die richtlijn is.
(1) PB C 48 van 8.2.2016.
Full & Egal Universal Law Academy