2.3.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 73/19
Beroep ingesteld op 6 januari 2015 — Europese Commissie/Republiek Oostenrijk
(Zaak C-1/15)
(2015/C 073/26)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: F. Erlbacher en A. Aresu, gemachtigden)
Verwerende partij: Republiek Oostenrijk
Conclusies
—
verklaren voor recht dat de Republiek Oostenrijk de uit artikel 41, lid 1, van het Aanvullende Protocol (1) en artikel 13 van besluit nr. 1/80 voortvloeiende verplichtingen niet is nagekomen door § 1, lid 2, onder 1, § 2, lid 1, onder 9, § 10, lid 3, onder 4, § 14 juncto § 14a en § 14b, alsook § 21, lid 1, en § 21a van de federale wet betreffende de vestiging en het verblijf in Oostenrijk vast te stellen en te handhaven;
—
de Republiek Oostenrijk verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Enkele bepalingen van de federale wet betreffende de vestiging en het verblijf in Oostenrijk zijn niet verenigbaar met het recht van de Unie, voor zover zij betrekking hebben op Turkse onderdanen. Daarbij gaat het met name om
—
de verplichting voor de aanvrager om eerste aanvragen tot toegang tot het Oostenrijkse grondgebied bij de ter plaatse bevoegde diplomatieke vertegenwoordiging in te dienen en de beslissing in het buitenland af te wachten;
—
de vaststelling van een minimumleeftijd van 21 jaar voor de indiening van een aanvraag voor een verblijfsvergunning op grond van gezinshereniging;
—
het vereiste van bewijs van kennis van de Duitse taal bij de indiening van een eerste aanvraag tot afgifte van een verblijfsvergunning, alsook de invoering van een „integratieovereenkomst”.
Het door de Republiek Oostenrijk aangevoerde verweer dat zij bij circulaire van het federale Ministerie van Binnenlandse Zaken de voor vestiging en verblijf bevoegde instanties zou hebben opgedragen om aanvragen van Turkse onderdanen, op een wijze die in overeenstemming is met het Europese recht, te onderwerpen aan een individueel onderzoek, kan de niet-nakoming van de uit artikel 41, lid 1, van het Aanvullende Protocol en artikel 13 van besluit nr. 1/80 voortvloeiende verplichtingen niet ongedaan maken.
(1) Verordening (EEG) nr. 2760/72 van de Raad van 19 december 1972 houdende sluiting van het Aanvullend Protocol alsmede van het Financieel Protocol welke op 23 november 1970 zijn ondertekend en zijn gehecht aan de Overeenkomst waarbij een Associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, en betrekking hebbende op de voor de inwerkingtreding ervan te treffen maatregelen (PB L 293, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy