4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/13
Hogere voorziening ingesteld op 4 februari 2015 door BSH Bosch und Siemens Hausgeräte GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 4 december 2014 in zaak T-595/13, BSH Bosch und Siemens Hausgeräte GmbH/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-43/15 P)
(2015/C 146/20)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: BSH Bosch und Siemens Hausgeräte GmbH (vertegenwoordiger: S. Biagosch, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
Conclusies
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 4 december 2014 in zaak T-595/13;
—
vernietiging van de beslissingen van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) van 5 september 2013 en 3 december 2013 (R 1176/2012-1);
subsidiair
—
terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht voor afdoening;
—
verwijzing van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) in de kosten van beide procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Deze hogere voorziening is gericht tegen het arrest van het Gerecht waarbij het rekwirantes beroep tegen de beslissing van de eerste kamer van beroep van het Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt van 5 september 2013 in zaak R 1176/2012-1 heeft verworpen.
Tot staving van haar hogere voorziening voert rekwirante twee middelen aan:
Ten eerste beroept zij zich op schending van artikel 60 van verordening (EG) nr. 207/2009 (1), omdat het Gerecht eraan is voorbijgegaan dat de kamer van beroep de beslissing van de oppositieafdeling niet had mogen wijzigen op een voor rekwirante ongunstige wijze, aangezien verweerder geen ontvankelijk beroep had ingesteld en artikel 8, lid 3, van het Reglement voor de procesvoering van de kamers van beroep niet voorziet in een „incidenteel beroep”.
Ten tweede beroept zij zich op schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 207/2009, aangezien in een geval waarin het oudere merk een zonder meer herkenbare wijziging van een beschrijvende aanduiding bevat en het jongere merk de beschrijvende aanduiding zelf bevat, zelfs de omstandigheid dat de tekens in hoge mate overeenstemmen en de waren dezelfde zijn, niet ertoe kan leiden dat er sprake is van verwarringsgevaar wanneer de overeenstemming van de tekens beperkt is tot de beschrijvende aanduiding en het enkel gaat om waren waarvoor de aanduiding beschrijvend is.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy