13.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 118/16
Hogere voorziening ingesteld op 4 februari 2015 door Safa Nicu Sepahan Co. tegen het arrest van het Gerecht (Eerste kamer) van 25 november 2014 in zaak T-384/11, Safa Nicu Sepahan Co./Raad van de Europese Unie
(Zaak C-45/15 P)
(2015/C 118/23)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Safa Nicu Sepahan Co. (vertegenwoordiger: A. Bahrami, lawyer)
Andere partij in de procedure: Raad van de Europese Unie
Conclusies
1.
Gedeeltelijke vernietiging van het arrest van het Gerecht van 25 november 2014 in zaak T-384/11, voor zover het Gerecht
—
de door Safa Nicu Sepahan Co. geleden materiële schade niet heeft erkend en toegewezen;
—
heeft erkend dat Safa Nicu Sepahan Co. immateriële schade heeft geleden, maar een willekeurig laag bedrag van 50 000 EUR als enige vergoeding voor die schade heeft toegewezen.
2.
Uitoefening van de volledige rechtsmacht van het Hof en gelet op de beschikbare gegevens:
Primair
—
toewijzing aan Safa Nicu Sepahan Co. van een bedrag van 5 6 62 737,40 EUR, te vermeerderen met rente, voor de materiële schade, geleden ten gevolge van een ernstige schending van een rechtsregel en onrechtmatig handelen door de Raad van de Europese Unie;
—
toewijzing aan Safa Nicu Sepahan Co. van een bedrag van 2 0 00 000 EUR, te vermeerderen met rente, voor de immateriële schade, geleden ten gevolge van een ernstige schending van een rechtsregel en onrechtmatig handelen door de Raad van de Europese Unie;
—
verwijzing van de Raad van de Europese Unie in de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten die rekwirante in het kader van deze hogere voorziening heeft gemaakt, daaronder begrepen die in het kader van de oorspronkelijke procedure voor het Gerecht, te vermeerderen met rente.
Subsidiair
—
toewijzing aan Safa Nicu Sepahan Co. van een bedrag dat ex aequo et bono wordt vastgesteld, te vermeerderen met rente, voor de materiële schade, geleden ten gevolge van de ernstige schending van een rechtsregel en onrechtmatig handelen door de Raad van de Europese Unie;
—
toewijzing aan Safa Nicu Sepahan Co. van een bedrag dat ex aequo et bono wordt vastgesteld, doch niet lager dan 50 000 EUR, te vermeerderen met rente, (zoals reeds toegewezen in het bestreden arrest van het Gerecht) voor de immateriële schade, geleden ten gevolge van de ernstige schending van een rechtsregel en onrechtmatig handelen door de Raad van de Europese Unie;
—
verwijzing van de Raad van de Europese Unie in de gerechtelijke en buitengerechtelijke kosten die Safa Nicu Sepahan Co. in het kader van deze hogere voorziening heeft gemaakt, daaronder begrepen die in het kader van de oorspronkelijke procedure voor het Gerecht, te vermeerderen met rente.
Meer subsidiair
3.
Terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht om het bedrag van de schade opnieuw te onderzoeken en een nieuw arrest te wijzen ten gunste van Safa Nicu Sepahan Co.
Middelen en voornaamste argumenten
Tegen het arrest van het Gerecht van 25 november 2014 voert rekwirante twee middelen aan, die elk uiteenvallen in diverse onderdelen.
—
Eerste middel: rekwirante voert aan dat het Gerecht in de punten 93 tot en met 149 van het bestreden arrest blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door rekwirantes vordering tot vergoeding van alle materiële schade af te wijzen hoewel het had erkend en toegegeven dat rekwirante daadwerkelijk materiële schade had geleden ten gevolge van ernstig onrechtmatig handelen door de Unie. Rekwirante baseert zich daarbij op de volgende argumenten:
—
in strijd met artikel 340, tweede alinea, VWEU en artikel 41, lid 3, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, welke beide het beginsel van „volledige schadevergoeding” vooropstellen, is in het arrest geen vergoeding voor de door de Unie en haar personeelsleden veroorzaakte schade toegewezen;
—
door geen materiële schade, waarvan het bestaan was erkend, toe te wijzen, schendt het arrest voorts de beginselen van evenredigheid en eerlijke beoordeling en is er sprake van rechtsweigering;
—
verder schendt het arrest het recht door kennelijke verdraaiingen van de feiten en het bewijs, en is de afwijzing van de vordering tot vergoeding van alle schade van rekwirante gebaseerd op een gebrekkige, onlogische en tegenstrijdige motivering.
—
Tweede middel: rekwirante voert aan dat het Gerecht in de punten 92 tot en met 149 van het bestreden arrest blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat toewijzing van 50 000 EUR een geschikte vergoeding vormt. Het Gerecht heeft derhalve de motiveringsplicht, het evenredigheidsbeginsel en het beginsel van vergoeding van reële schade en kosten geschonden, wat heeft geleid tot een willekeurige en onwettige uitkomst.
Full & Egal Universal Law Academy