11.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 155/11
Hogere voorziening ingesteld op 11 februari 2015 door Heli-Flight GmbH & Co. KG tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 11 december 2014 in zaak T-102/13, Heli-Flight GmbH &Co. KG/Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)
(Zaak C-61/15 P)
(2015/C 155/12)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Heli-Flight GmbH & Co. KG (vertegenwoordiger: T. Kittner, Rechtsanwalt)
Andere partij in de procedure: Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA)
Conclusies
1.
Rekwirante vordert,
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht van 11 december 2014 in de zaak Heli-Flight GmbH &Co. KG/Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en nietigverklaring van het aan rekwirante betekende besluit van het EASA van 13 januari 2012 tot afwijzing van haar aanvraag tot goedkeuring van de vluchtvoorwaarden voor een helikopter van het type Robinson R66 (serienummer 0034);
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht van 11 december 2014 in de zaak Heli-Flight GmbH &Co. KG/Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart (EASA) en veroordeling van het EASA tot vergoeding van de wegens de afwijzing van het verzoek door rekwirante geleden schade.
2.
Subsidiair,
—
vernietiging van het onder 1 bedoelde arrest van het Gerecht en nietigverklaring van het onder 1 bedoelde besluit voor zover het besluit van het EASA is gehandhaafd;
—
vernietiging van het onder 1 bedoelde arrest van het Gerecht voor zover de beslissing van de kamer van beroep van het EASA van 17 december 2012, dossiernummer AP/0l/2012, waarvan rekwirante op 27 december 2012 kennis is gegeven, is gehandhaafd;
—
vernietiging van het onder 1 bedoelde arrest van het Gerecht en nietigverklaring van de beslissing van de kamer van beroep van het EASA, voor zover
—
de beslissing van de kamer van beroep van het EASA is gehandhaafd,
—
rekwirante is verwezen in de kosten,
en toewijzing van het door verzoekster in eerste aanleg en door rekwirante gevorderde.
3.
Meer subsidiair, vernietiging van het onder 1 bedoelde arrest van het Gerecht en terugverwijzing van de zaak naar het Gerecht.
4.
Verwijzing van het EASA in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Het Gerecht heeft verzoeksters beroep tot nietigverklaring ten onrechte aldus geherformuleerd dat het alleen was gericht tegen de beslissing van de kamer van beroep en heeft dus artikel 50 van verordening (EG) nr. 216/2008 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 geschonden.
Voorts heeft het Gerecht het beginsel van ambtshalve onderzoek geschonden doordat het de feiten uitsluitend op basis van het relaas van partijen heeft onderzocht. In het bijzonder heeft het Gerecht niet onderzocht of de helikopters van het merk Robinson R66 al dan niet zonder gevaar konden vliegen.
Het arrest van het Gerecht moet ook worden vernietigd wegens schending van het materiële Unierecht doordat het in casu het beginsel van de beoordeling van „ingewikkelde economische feiten” ten onrechte heeft getransponeerd op de onderhavige rechtssituatie. De rechtspraak daarover (met name het arrest van 17 september 2007 T-201/04 (2), Microsoft/Commissie, punten 87 e.v.) kan niet worden getransponeerd op de onderhavige rechtssituatie. Het litigieuze geval betreft noch mededingingsregels noch besluiten van de Commissie. Het betreft zelfs niet een „ingewikkelde technische vraag” aangezien noch verweerder noch de kamer van beroep zich met dergelijke vragen hebben ingelaten.
Ten slotte, aldus het Gerecht, is er geen aanspraak op schadevergoeding, als niet is voldaan aan alle voorwaarden van artikel 340 VWEU voor de plicht tot schadevergoeding. De onjuiste rechtsopvatting van het Gerecht in verband met het beroep tot nietigverklaring heeft dus ook gevolgen voor de afwijzing van de gevorderde schadevergoeding. Daar het Gerecht de nietigheid van het oorspronkelijke besluit en van de beslissing van de kamer van beroep had moeten bevestigen, had de vordering tot schadevergoeding ook moeten worden toegewezen.
(1) Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van richtlijn 91/670/EEG van de Raad, verordening (EG) nr. 1592/2002 en richtlijn 2004/36/EG (PB L 79, blz. 1).
(2) ECLI:EU:T:2007:289
Full & Egal Universal Law Academy