4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/14
Hogere voorziening ingesteld op 11 februari 2015 door DTL Corporación, S.L. tegen het arrest van het Gerecht (Derde kamer) van 9 december 2014 in zaak T-176/13, DTL Corporación, S.L./BHIM
(Zaak C-62/15 P)
(2015/C 146/22)
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirante: DTL Corporación, S.L. (vertegenwoordiger: A. Zuazo Araluze, advocaat)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
Conclusies
—
gedeeltelijke nietigverklaring, wat de waren en diensten van de klassen 9 en 37 betreft, van de beslissing van de vierde kamer van beroep van 24 januari 2013 in zaak R 661/2012-4 houdende verwerping van het beroep tegen de afwijzing van gemeenschapsmerkaanvraag nr. 8 830 821 „Generia”;
—
verwijzing van het BHIM en de andere partijen die optreden en zich verzetten tegen deze hogere voorziening in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Schending van het Unierecht door het Gerecht: De vierde kamer van beroep is in haar beslissing van 24 januari 2013 in zaak R 661/2012-4 afgeweken van de motivering van de beslissing van de oppositieafdeling voor de afwijzing van gemeenschapsmerkaanvraag nr. 8 830 821 „Generia” voor de klassen 9 en 37. De oppositieafdeling had die afwijzing namelijk gebaseerd op de vergelijkbaarheid van de waren en diensten van de klassen 9 en 37 met de waren van klasse 7 van het oppositiemerk. De kamer van beroep heeft die afwijzing gehandhaafd, zij het wegens de vergelijkbaarheid van die waren en diensten van de klassen 9 en 37 met de diensten van klasse 40 van het oppositiemerk. Aldus heeft de beslissing van de kamer van beroep artikel 64, lid 1, van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad inzake het gemeenschapsmerk (1) geschonden omdat de diensten van klasse 40 van het oppositiemerk nooit zijn tegengeworpen aan de waren en diensten van de klassen 9 en 37 van het aangevraagde merk (hoewel zij wel waren tegengeworpen aan de diensten van andere klassen). Voorts heeft die beslissing artikel 75 van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad inzake het gemeenschapsmerk geschonden door rekwirante niet uit te nodigen om opmerkingen in te dienen over die motiveringswijziging. In het bestreden arrest is geoordeeld dat de procedure rechtens correct is verlopen, hetgeen schending oplevert van het Unierecht [artikelen 64, lid 1, en 75 van verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad inzake het gemeenschapsmerk].
(1) PB L 78, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy