4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/24
Hogere voorziening ingesteld op 24 februari 2015 door Riva Fire SpA, in vereffening, tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 9 december 2014 in zaak T-83/10, Riva Fire/Commissie
(Zaak C-89/15 P)
(2015/C 146/31)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Riva Fire SpA, in liquidatie (vertegenwoordigers: M. Merola, M. Pappalardo, T. Ubaldi, M. Toniolo, avvocati)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Riva Fire SpA, in liquidatie, verzoekt het Hof:
—
primair, het bestreden arrest te vernietigen voor zover daarin is geoordeeld dat het recht van verweer van rekwirante niet is geschonden, en dientengevolge de litigieuze beschikking in haar geheel nietig te verklaren;
—
subsidiair, dat deel het arrest van het Gerecht te vernietigen waarin de verlaging van de boete voor rekwirante wordt vastgesteld op 3 %, en dientengevolge, met toepassing van de volledige rechtsmacht die het Hof in artikel 31 van verordening nr. 1/2003 (1) is toegekend, de aan Riva Fire SpA, in vereffening, opgelegde boete zo veel meer te verlagen als het passend acht, of de zaak terug te verwijzen naar het Gerecht;
—
de Commissie hoe dan ook te verwijzen in de kosten, met inbegrip van de kosten van de procedure voor het Gerecht.
—
incidenteel, te verklaren dat de voor het Gerecht gevolgde procedure een schending vormt van artikel 47, tweede alinea, van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en van artikel 6, lid 1, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), aangezien de redelijke procesduur is miskend.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert Riva Fire SpA, in vereffening, vier middelen aan.
1.
Eerste middel: onjuiste rechtsopvatting en ontoereikende en tegenstrijdige motivering van het bestreden arrest bij de beoordeling van de schending van de procedurevoorschriften in verordening (EG) nr. 773/2004 (2) van de Commissie en van het recht van verweer van rekwirante
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de vergelijkingen van Riva Fire SpA, in vereffening, tussen de litigieuze beschikking en de beschikking van de Commissie van 2002 niet relevant zijn, en door tot de slotsom te komen dat de Commissie niet gehouden was een nieuwe mededeling van punten van bezwaar op te stellen om de betrokken ondernemingen in de gelegenheid te stellen zich over de betwiste feiten uit te laten.
2.
Tweede middel: onjuiste rechtsopvatting en ontoereikende en tegenstrijdige motivering van het bestreden arrest bij de berekening van het definitieve bedrag van het boetebedrag
Bij het opnieuw vaststellen van het bedrag van de geldboete heeft het Gerecht zijn volledige rechtsmacht op twee punten gebrekkig toegepast:
(i)
in de eerste plaats kan op grond van de strekking van de motivering van het bestreden arrest niet worden uitgemaakt of de rechters bij de verlaging van de boete met 3 % afdoende rekening hebben gehouden met de beperkte duur en de lagere graad van ernst van de inbreuk die aan rekwirante kan worden toegeschreven;
(ii)
in de tweede plaats is het bestreden arrest tegenstrijdig en aangetast door onjuiste rechtsopvattingen voor zover daarin Riva Fire SpA, in vereffening, mede aansprakelijk wordt gesteld voor het optreden van andere ondernemingen in het tijdvak van 25 november 1997 tot en met 30 november 1998 en de aansprakelijkheid daarvoor, met het oog op de berekening van de boete, impliciet bij rekwirante wordt gelegd.
3.
Derde middel: tegenstrijdigheid en onjuiste rechtsopvatting in het onderdeel van het arrest waarin het Gerecht Riva heeft aangemerkt als deelnemer aan het akkoord van december 1998 en derhalve dit deel van de regeling heeft meegenomen met het oog op de bepaling van het bedrag van de boete
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door de betrokkenheid van Riva Fire SpA, in vereffening, bij het akkoord van 1998 over de verkoopaandelen voor vaststaand aan te nemen zonder belang te hechten aan de omstandigheid dat rekwirante zich in het tijdvak waarin dit akkoord tot stand is gekomen, terug had getrokken uit het deel van de regeling waarin dat akkoord was opgenomen. Deze onjuiste rechtsopvatting heeft haar weerslag gehad op de kwantificatie van het basisbedrag van de boete uit oogpunt van de bepaling van de ernst en de duur van de inbreuk die aan Riva Fire SpA, in vereffening, kan worden toegeschreven.
4.
Vierde middel: motiveringsgebrek met betrekking tot de impact van de betrokkenheid van de hoogste bestuurslagen van rekwirante op de verhoging van het basisbedrag van de boete
Het Gerecht legt niet uit waarop zijn slotsom berust dat de betrokkenheid van de hoogste bestuurslagen van Riva Fire SpA, in vereffening, niet doorslaggevend is geweest voor de verhoging van het basisbedrag van de boete. Als het Gerecht had vastgesteld dat bij de vermenigvuldigingsfactor voor het basisbedrag van de boete die aan Riva Fire SpA, in vereffening, is opgelegd, ook de betrokkenheid van de hoogste bestuurslagen van de ondernemingen in aanmerking was genomen, had het de beschikking van de Commissie nietig moeten verklaren en het bedrag van de boete dientengevolge moeten verlagen.
(1) Verordening (EG) nr. 1/2003 van de Raad van 16 december 2002 betreffende de uitvoering van de mededingingsregels van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 1, blz. 1).
(2) Verordening (EG) nr. 773/2004 van de Commissie van 7 april 2004 betreffende procedures van de Commissie op grond van de artikelen 81 en 82 van het Verdrag (PB L 123, blz. 18).
Full & Egal Universal Law Academy