20.4.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 127/13
Hogere voorziening ingesteld op 25 februari 2015 door Banco Privado Português, SA — in liquidatie, en Massa Insolvente do Banco Privado Português, SA — in liquidatie, tegen het arrest van het Gerecht (Vierde kamer) van 12 december 2014 in zaak T-487/11, Banco Privado Português en Massa Insolvente do Banco Privado Português/Commissie
(Zaak C-93/15 P)
(2015/C 127/19)
Procestaal: Portugees
Partijen
Rekwirantes: Banco Privado Português, SA — in liquidatie, Massa Insolvente do Banco Privado Português, SA — in liquidatie (vertegenwoordigers: C. Fernández Vicién, F. Pereira Coutinho, M. Esperança Pina, M. Ferreira Santos, R. Leandro Vasconcelos, advocaten)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirantes verzoeken het Hof de hogere voorziening ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens:
—
het bestreden arrest te vernietigen en in plaats daarvan een arrest te wijzen waarbij het besluit van de Commissie (1) volledig nietig wordt verklaard;
—
subsidiair, het bestreden arrest te vernietigen en in plaats daarvan een arrest te wijzen waarbij het besluit van de Commissie nietig wordt verklaard voor zover de staatssteun in de vorm van een garantie daarbij onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt wordt verklaard voor de periode van 5 december 2008 tot 5 juni 2009;
—
meer subsidiair, het bestreden arrest te vernietigen en in plaats daarvan een arrest te wijzen waarbij het besluit van de Commissie nietig wordt verklaard voor zover in de artikelen 2 tot en met 4 ervan de terugvordering van de (vermeende) steun wordt gelast;
—
meer subsidiair, het bestreden arrest te vernietigen en in plaats daarvan een arrest te wijzen waarbij het besluit nietig wordt verklaard voor zover daarbij de terugvordering van de betrokken steun wordt gelast voor de periode van 5 december 2008 tot 5 juni 2009, en
—
de Commissie te verwijzen in de kosten van beide instanties.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirantes voeren ter ondersteuning van hun hogere voorziening zes middelen aan:
1.
Eerste middel: het Gerecht heeft de ontoereikende motivering van het besluit van de Commissie trachten aan te vullen door eigen gronden naar voren te brengen, en heeft bij de beoordeling van de motivering van de Commissie blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door deze toereikend te achten.
2.
Tweede middel: het Gerecht heeft artikel 107, lid 1, VWEU verkeerd uitgelegd en het recht niet correct op de feiten toegepast door te oordelen dat een voordeel is verleend aan BPP, waardoor de garantie een met de interne markt onverenigbare steunmaatregel zou vormen.
3.
Derde middel: het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting voor zover het heeft geoordeeld dat de Commissie geen kennelijke beoordelingsfout heeft gemaakt en geen blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door geen rekening te houden met de uitzondering van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU;
4.
Vierde middel: het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het terugvorderingsbesluit te handhaven. Met dit besluit wordt immers de terugvordering gelast van (vermeende) steun die niet onverenigbaar was met de gemeenschappelijke markt, aangezien BPP geen voordeel heeft genoten. Voorts is het eraan voorbijgegaan dat het bestreden besluit om procedurele redenen de terugvordering van steun gelastte, en heeft het ten onrechte vastgesteld dat de Commissie bij de berekening van het bedrag van de steun niet is afgeweken van de in haar richtsnoeren vastgestelde beginselen.
5.
Vijfde middel: het Gerecht heeft het rechtszekerheids- en het vertrouwensbeginsel geschonden door het bestreden besluit te handhaven voor zover hierbij de terugvordering van de (vermeende) steun wordt gelast.
6.
Zesde middel: het Gerecht is eraan voorbijgegaan dat de Commissie BPP’s recht op een billijke behandeling heeft geschonden, aangezien de onderhavige zaak anders is behandeld dan soortgelijke zaken.
(1) Besluit 2011/346/EU van de Commissie van 20 juli 2010 betreffende de staatssteun C 33/09 [ex NN 57/09 (ex CP 191/09)] die door Portugal is toegekend in de vorm van een staatsgarantie voor BPP (PB 2011, L 159, blz. 95).
Full & Egal Universal Law Academy