4.5.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 146/29
Beroep ingesteld op 3 maart 2015 — Europese Commissie/Roemenië
(Zaak C-104/15)
(2015/C 146/35)
Procestaal: Roemeens
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: L. Nicolae, D. Loma-Osorio Lerena, gemachtigden)
Verwerende partij: Roemenië
Conclusies
—
vaststellen dat Roemenië, door niet alle maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn ter voorkoming van vervuiling met stofdeeltjes die afkomstig zijn van het nieuwe deel van het Boşneag-bekken dat deel uitmaakt van de koper- en zinkmijn van Moldomin te Moldova Nouă, de verplichtingen niet is nagekomen die op hem rusten krachtens de artikelen 4 en 13, lid 2, van richtlijn 2006/21/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 betreffende het beheer van afval van winningsindustrieën en houdende wijziging van richtlijn 2004/35/EG (1);
—
Roemenië verwijzen in de kosten van de procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Het door de Europese Commissie tegen Roemenië ingestelde beroep heeft betrekking op het verzuim van de Roemeense autoriteiten om de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn ter voorkoming van vervuiling met stofdeeltjes die afkomstig zijn van een van de bekkens van een kopermijn.
De Commissie betoogt dat Roemenië, door niet de maatregelen te nemen die noodzakelijk zijn om te voorkomen dat stofdeeltjes vanaf de oppervlakte van het nieuwe deel van het Boșneag-bekken worden verspreid waardoor de menselijke gezondheid en het milieu worden aangetast, de artikelen 4 en 13, lid 2, van richtlijn 2006/21/EG schendt. De Commissie is van mening dat Roemenië de gezondheid van de mens en het milieu tegen alle negatieve gevolgen moet beschermen, ook al beschikt het over een zekere mate van flexibiliteit met betrekking tot de concrete maatregelen die het moet nemen, mits aan de vereisten van artikel 4 van de richtlijn wordt voldaan. Voorts is de Commissie van mening dat artikel 13, lid 2, van de richtlijn de bevoegde autoriteiten een specifieke verplichting oplegt, namelijk ervoor te zorgen dat exploitanten passende maatregelen nemen om het stof te voorkomen of te beperken.
De Commissie baseert zich in casu op verslagen van de voor milieubescherming bevoegde Roemeense autoriteiten, mediaberichten en door Roemenië in de precontentieuze procedure gegeven antwoorden. Op grond hiervan betoogt zij dat er in de streek van Moldova Nouă sprake is van aanzienlijke vervuiling door stof dat afkomstig is van het nieuwe deel van het Boșneag-bekken, die zich vooral bij hevige wind voordoet en schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van de inwoners en het milieu.
Voorts is de Commissie van mening dat Roemenië zich niet op zuiver interne situaties zoals de privatisering van Moldomin en de overname in de toekomst van de milieuverplichtingen door een koper kan beroepen om de niet-nakoming van de uit de richtlijn voortvloeiende verplichtingen te rechtvaardigen.
(1) PB L 102, blz. 15.
Full & Egal Universal Law Academy