8.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 190/3
Hogere voorziening ingesteld op 23 maart 2015 door Teva Pharma BV en Teva Pharmaceuticals Europe BV tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 22 januari 2015 in zaak T-140/12, Teva Pharma BV en Teva Pharmaceuticals Europe BV/Europees Geneesmiddelenbureau (EMA)
(Zaak C-138/15 P)
(2015/C 190/03)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirantes: Teva Pharma BV en Teva Pharmaceuticals Europe BV (vertegenwoordigers: G. Morgan, solicitor, K. Bacon, barrister, en E. S. Mackenzie, solicitor)
Andere partijen in de procedure: Europees Geneesmiddelenbureau en Europese Commissie
Conclusies
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht;
—
nietigverklaring van het in de brief van 24 januari 2012 vervatte besluit van het EMA tot weigering om rekwirantes’ aanvraag voor een vergunning voor het in de handel brengen te valideren;
—
verwijzing van het EMA in rekwirantes’ kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun hogere voorziening voeren rekwirantes één enkel middel aan, namelijk dat het Gerecht bij de uitlegging van artikel 8 van verordening (EG) nr. 141/2000 (1) blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, en wel op drie punten. Ten eerste heeft het Gerecht artikel 8, lid 3, gelezen in samenhang met artikel 8, lid 1, onjuist uitgelegd doordat het heeft miskend dat aan een tweede, vergelijkbaar weesgeneesmiddel waarvoor op grond van een afwijking als bedoeld in artikel 8, lid 3, een vergunning is verleend, niet de marktexclusiviteit kan worden toegekend die het eerste weesgeneesmiddel op grond van artikel 8, lid 1, geniet.
Ten tweede was het Gerecht ten onrechte van oordeel dat de gegeven uitlegging van artikel 8 niet tot gevolg heeft dat de marktexclusiviteit van het eerste geneesmiddel wordt verlengd.
Ten derde heeft het Gerecht een onjuiste weergave gegeven van rekwirantes’ subsidiaire betoog dat zag op het oorspronkelijke middel tot nietigverklaring en waarin gesteld werd dat zelfs indien het tweede geneesmiddel in beginsel een eigen periode van marktexclusiviteit zou genieten, die exclusiviteit niet ertoe zou mogen leiden dat een generieke versie van het eerste geneesmiddel van de markt wordt uitgesloten. Derhalve is het Gerecht niet naar behoren ingegaan op dat betoog.
Rekwirantes verzoeken het Hof de zaak zelf af te doen en het bestreden besluit nietig te verklaren.
(1) Verordening van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1999 inzake weesgeneesmiddelen (PB 2000, L 18, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy