15.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 198/23
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door Kammarrätten i Stockholm — Migrationsöverdomstolen (Zweden) op 1 april 2015 — George Karim/Migrationsverket
(Zaak C-155/15)
(2015/C 198/31)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Kammarrätten i Stockholm — Migrationsöverdomstolen
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: George Karim
Verwerende partij: Migrationsverket
Prejudiciële vragen
1)
Houden de nieuwe bepalingen over daadwerkelijke rechtsmiddelen van verordening nr. 604/2013 (1) (overweging 19 en artikel 27, leden 1 en 5) in dat een asielzoeker over de mogelijkheid dient te beschikken om ook op te komen tegen de criteria van hoofdstuk III van de verordening op grond waarvan hij kan worden overgedragen aan een andere lidstaat die ermee heeft ingestemd hem te ontvangen, of kan een daadwerkelijk rechtsmiddel worden beperkt in dier voege dat het enkel geldt voor het recht op een beoordeling van de vraag of er sprake is van systemische tekortkomingen van de asielprocedure en de opvangvoorzieningen in de lidstaat waaraan de verzoeker zal worden overgedragen (naar analogie van het oordeel van het Hof van Justitie in zaak C 394/12)?
2)
Ingeval het Hof zou oordelen dat het mogelijk dient te zijn tegen de criteria van hoofdstuk III van de verordening op te komen: houdt artikel 19, lid 2, van verordening nr. 604/2013 in dat de verordening geen toepassing mag vinden indien de asielzoeker aantoont dat hij gedurende ten minste drie maanden buiten het grondgebied van de lidstaten heeft verbleven?
(1) Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (PB L 180, blz. 31).
Full & Egal Universal Law Academy