22.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 205/18
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Raad van State (Nederland) op 3 april 2015 — Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ NV, andere partij: Bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit
(Zaak C-158/15)
(2015/C 205/25)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Elektriciteits Produktiemaatschappij Zuid-Nederland EPZ NV
Andere partij: Bestuur van de Nederlandse Emissieautoriteit
Prejudiciële vragen
1)
Valt een situatie als de onderhavige, waarbij kolen worden opgeslagen in een kolenpark waar emissies van CO2 plaatsvinden als gevolg van broei, het hart van het kolenpark zich op ongeveer 800 meter afstand van de rand van de kolencentrale bevindt, beide percelen van elkaar worden gescheiden door een openbare weg en de kolen vanuit de opslaglocatie via een transportband die over de weg heen loopt naar de centrale worden vervoerd, onder de reikwijdte van het begrip installatie als bedoeld in artikel 3, aanhef en onder e, van richtlijn 2003/87/EG (1) van het Europees Parlement en de Raad van 13 oktober 2003 tot vaststelling van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten binnen de Gemeenschap en tot wijziging van richtlijn 96/61/EG van de Raad (PB L 275)?
2)
Wordt met ″brandstof die de installatie verlaat″ in artikel 27, tweede lid, van verordening nr. 601/2012 (2) van de Europese Commissie van 21 juni 2012 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 181), de situatie bedoeld als in dit geval waar kolen tijdens de opslag in het kolenpark verloren gaan door verbranding ten gevolge van broei?
(1) Blz. 32.
(2) Blz. 30.
Full & Egal Universal Law Academy