29.6.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 213/16
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Hoge Raad der Nederlanden (Nederland) op 15 april 2015 — Connexxion Taxi Services BV tegen Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport) e.a.
(Zaak C-171/15)
(2015/C 213/26)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hoge Raad der Nederlanden
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekster: Connexxion Taxi Services BV
Verweerders: Staat der Nederlanden (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), Transvision BV, Rotterdamse Mobiliteit Centrale RMC BV, Zorgvervoercentrale Nederland BV
Prejudiciële vragen
1)
a.
Verzet het Unierecht, in het bijzonder artikel 45, lid 2, van richtlijn 2004/18/EG (1) betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, zich ertegen dat het nationale recht een aanbestedende dienst verplicht met toepassing van het evenredigheidsbeginsel te beoordelen of daadwerkelijk uitsluiting moet volgen van een inschrijver die een ernstige beroepsfout heeft begaan?
b.
Is hierbij van belang dat een aanbestedende dienst in de aanbestedingsvoorwaarden heeft opgenomen dat een inschrijving waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is, terzijde wordt gelegd en niet in aanmerking komt voor verdere inhoudelijke beoordeling?
2)
Indien het antwoord op vraag 1) a. ontkennend luidt: Verzet het Unierecht zich ertegen dat de nationale rechter de beoordeling aan de hand van het evenredigheidsbeginsel zoals die door een aanbestedende dienst in het concrete geval is verricht, niet „vol” toetst, maar volstaat met de („marginale”) toets of de aanbestedende dienst in redelijkheid heeft kunnen komen tot de beslissing om een inschrijver die een ernstige beroepsfout in de zin van artikel 45, lid 2, eerste alinea, van de richtlijn heeft begaan, desalniettemin niet uit te sluiten?
(1) PB L 134, blz. 114.
Full & Egal Universal Law Academy