13.7.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 228/6
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Augstākā tiesa (Letland) op 4 mei 2015 — Valsts ieņēmumu dienests/SIA „Latspas”
(Zaak C-204/15)
(2015/C 228/08)
Procestaal: Lets
Verwijzende rechter
Augstākā tiesa
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeker tot cassatie: Valsts ieņēmumu dienests
Andere partij in de procedure: SIA „Latspas”
Prejudiciële vragen
1)
Moet artikel 29, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2913/92 (1) van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek aldus worden uitgelegd dat de in dat artikel vastgestelde methode ook van toepassing is wanneer goederen, die aan rechten bij invoer zijn onderworpen, naar aanleiding van invoer en in het vrije verkeer brengen in het douanegebied van de Gemeenschap tijdens de doorvoer aan het douanetoezicht zijn onttrokken en niet voor uitvoer naar het douanegebied van de Gemeenschap, maar voor uitvoer uit de Gemeenschap zijn verkocht?
2)
Moet het woord „achtereenvolgens” in artikel 30, lid 1, van verordening nr. 2913/92 in samenhang met het in artikel 41 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde recht op behoorlijk bestuur en het beginsel dat bestuurshandelingen moeten worden gemotiveerd, aldus worden uitgelegd dat de belastingdienst, om tot de conclusie te kunnen komen dat de methode van artikel 31 moet worden toegepast, in iedere bestuurshandeling moet verklaren waarom de in de artikelen 29 en 30 vastgestelde methoden voor de vaststelling van de douanewaarde van goederen in die specifieke omstandigheden niet kunnen worden toegepast?
(1) PB L 302, blz. 1.
Full & Egal Universal Law Academy