10.8.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 262/8
Hogere voorziening ingesteld op 27 mei 2015 door Maxcom Ltd tegen het arrest van het Gerecht (Zevende kamer) van 19 maart 2015 in zaak T-412/13, Chin Haur Indonesia, PT/Raad van de Europese Unie
(Zaak C-247/15 P)
(2015/C 262/10)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Maxcom Ltd (vertegenwoordigers: L. Ruessmann, avocat, J. Beck, solicitor)
Andere partijen in de procedure: Chin Haur Indonesia, PT, Raad van de Europese Unie, Europese Commissie
Conclusies
—
de hogere voorziening ontvankelijk en gegrond verklaren;
—
het oordeel van het Gerecht over het tweede onderdeel van het eerste middel van verzoekster in eerste aanleg vernietigen;
—
het eerste middel van verzoekster in eerste aanleg volledig afwijzen, en
—
verzoekster in eerste aanleg verwijzen in rekwirantes kosten van de hogere voorziening en haar interventie in eerste aanleg.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar hogere voorziening voert rekwirante de volgende argumenten aan:
—
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een kennelijk onjuiste beoordeling door te oordelen dat volgens artikel 13, lid 1, van de basisverordening (1) de Raad op basis van de feiten dat i) verzoekster in eerste aanleg geen echte Indonesische producent was en ii) geen assemblagewerkzaamheden verrichtte boven de in artikel 13, lid 2, van de basisverordening neergelegde drempels niet kon besluiten dat verzoekster in eerste aanleg betrokken was bij overlading.
—
Subsidiair: zelfs indien wordt aangenomen dat de conclusie van de Raad met betrekking tot overlading onjuist was, is het niet gerechtvaardigd verordening 501/2013 (2) nietig te verklaren voor zover zij verzoekster in eerste aanleg betreft, aangezien het Gerecht heeft erkend dat verzoekster in eerste aanleg assemblagewerkzaamheden verrichtte die de in artikel 13, lid 2, van de basisverordening neergelegde drempels niet overschreden en heeft vastgesteld dat alle andere criteria waren vervuld om verzoekster in eerste aanleg geen vrijstelling van de antiontwijkingsmaatregelen te verlenen.
(1) Verordening (EG) nr. 1225/2009 van de Raad van 30 november 2009 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (PB L 343, blz. 51).
(2) Uitvoeringsverordening (EU) nr. 501/2013 van de Raad van 29 mei 2013 tot uitbreiding van het definitieve antidumpingrecht dat bij uitvoeringsverordening (EU) nr. 990/2011 is ingesteld op de invoer van rijwielen van oorsprong uit de Volksrepubliek China tot de invoer van rijwielen verzonden uit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië, al dan niet aangegeven als van oorsprong uit Indonesië, Maleisië, Sri Lanka en Tunesië (PB L 153, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy