21.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 311/16
Hogere voorziening ingesteld op 26 mei 2015 door Emsibeth SpA tegen het arrest van het Gerecht (Achtste kamer) van 26 maart 2015 in zaak T-596/13, Emsibeth/Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen)
(Zaak C-251/15 P)
(2015/C 311/21)
Procestaal: Italiaans
Partijen
Rekwirante: Emsibeth SpA (vertegenwoordiger: A. Arpaia, avvocato)
Andere partij in de procedure: Bureau voor harmonisatie binnen de interne markt (merken, tekeningen en modellen) (BHIM)
Conclusies
Rekwirante verzoekt het Hof:
—
het bestreden arrest (arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 26 maart 2015 in zaak T-596/13 te vernietigen;
—
de zaak zelf ten gronde af te doen;
—
het BHIM te verwijzen in de kosten, daaronder begrepen de kosten die zij in de procedure in eerste aanleg heeft gemaakt.
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante stelt schending dan wel onjuiste toepassing van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009. (1) Inzonderheid geeft het arrest blijk van een onjuiste opvatting wat de criteria betreft die het Gerecht heeft gehanteerd ter beoordeling van i) het begrip relevante publiek, ii) de vraag of het om dezelfde of soortgelijke waren ging, iii) de vraag of het om gelijke of overeenstemmende merken ging, en iv) het gevaar voor verwarring van de twee merken.
(i)
Het bestreden arrest is onsamenhangend waar het enerzijds erkent dat de gemiddelde consument — die als het relevante publiek wordt gedefinieerd — in casu wordt geacht „normaal geïnformeerd een redelijk omzichtig en oplettend” te zijn, maar bij de concrete beoordeling van de vraag of deze consument daadwerkelijk in staat zal zijn om twee duidelijk verschillende merken van elkaar te onderscheiden, die consument anderzijds als een volkomen oppervlakkige persoon heeft aangemerkt die zelfs gemakkelijke beslissingen niet op autonome wijze kan nemen.
(ii)
Het bestreden arrest druist in tegen de communautaire rechtspraak volgens welke bij de beoordeling van de soortgelijkheid van de betrokken waren rekening moet worden gehouden met alle relevante factoren die de verhouding tussen deze waren kenmerken, zoals de aard, de bestemming en het gebruik ervan, alsook het concurrerend dan wel complementair karakter ervan, alsook met de distributiekanalen van de waren in kwestie. Het Gerecht heeft in wezen geen enkele van deze factoren in aanmerking genomen en louter onderzocht of de producten voor het kleuren en ontkleuren van haar tot cosmetica „behoren”, terwijl die producten eigenlijk identiek zijn.
(iii)
Het bestreden arrest gaat mank door een onjuiste opvatting in het gedeelte ervan waar een woordmerk wordt vergeleken met een samengesteld merk, doordat onvoldoende aandacht is besteed aan de beeldelementen in het tweede merk, welke bestanddelen niet voorkomen in het eerste merk en waardoor de twee tekens dan ook van elkaar kunnen worden onderscheiden, terwijl het Gerecht alleen de woordelementen heeft vergeleken en beoordeeld.
Bovendien heeft het bestreden arrest het eerste woord van het oudere merk (Mc) ten onrechte niet in de vergelijking betrokken en niet vastgesteld dat dit prefix — wanneer het vóór een naam staat en gelet op de algemene bekendheid ervan — steevast als een Schots patroniem wordt erkend dat dus door het volledige relevante publiek — en niet enkel door het Angelsaksische publiek — in het Engels wordt uitgesproken.
(iv)
Het bestreden arrest geeft blijk van een onjuiste opvatting doordat daarin is geoordeeld dat sprake is van gevaar voor verwarring, ondanks de vele verschillen tussen de vergeleken merken.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy