7.9.2015
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 294/23
Hogere voorziening ingesteld op 2 juni 2015 door Makro autoservicio mayorista SA tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 12 maart 2015 in zaak T-269/12, Makro autoservicio mayorista/Commissie
(Zaak C-264/15 P)
(2015/C 294/29)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: Makro autoservicio mayorista SA (vertegenwoordigers: P. De Baere en P. Muñiz, advocaten)
Andere partijen in de procedure: Europese Commissie, Koninkrijk Spanje
Conclusies
—
het arrest van het Gerecht in de zaak T-269/12 geheel vernietigen;
—
het beroep ontvankelijk verklaren;
—
de zaak terugverwijzen naar het Gerecht voor een uitspraak over de materiële beroepsgronden;
—
verweerster verwijzen in de kosten van deze procedure en in die van de procedure bij het Gerecht.
Middelen en voornaamste argumenten
Deze hogere voorziening wordt door Makro Autoservicio Mayorista S.A. ingesteld tegen het arrest van 12 maart 2015 in de zaak T-269/12, Makro Autoservicio Mayorista S.A./Commissie, waarbij het Gerecht het verzoek tot nietigverklaring van besluit COM (2010) 22 final van de Commissie niet-ontvankelijk heeft verklaard op de grond dat rekwirante niet rechtstreeks wordt geraakt door het besluit van de Commissie.
Rekwirante voert aan dat het Gerecht blijk heeft gegeven van een onjuiste rechtsopvatting aangezien de Spaanse autoriteiten bij de uitvoering van het besluit van de Commissie wat betreft het resultaat geen beoordelingsbevoegdheid hebben, en het besluit van de Commissie rekwirante dus rechtstreeks raakt.
Meer in het bijzonder voert rekwirante ter ondersteuning van haar hogere voorziening de volgende gronden aan:
—
Het Gerecht heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door te oordelen dat de nationale autoriteiten bij de uitvoering van het bestreden besluit ten aanzien van rekwirante over een beoordelingsmarge beschikken.
—
Zelfs indien de nationale autoriteiten over een beoordelingsmarge beschikken, quod non, heeft het Gerecht blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting, aangezien het enkele bestaan van beoordelingsbevoegdheid onvoldoende is om rechtstreekse geraaktheid uit te sluiten.
—
Het Gerecht heeft het bewijs juridisch onjuist gekwalificeerd, althans het bewijs onjuist opgevat.
Full & Egal Universal Law Academy